Regie: Damien Chazelle | Duur: 141 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

De reis duurde slechts vier dagen, de voorbereiding kostte jaren. First Man vertelt wat voorafging aan wat velen zien als de meest historische gebeurtenis van de vorige eeuw. Op zondag 20 juli 1969, even na 20.17 uur UTC, ziet de wereld hoe astronaut Neil Armstrong als eerste mens op de maan landt. Zes uur en veertig minuten later zet hij voet op het maanoppervlak: “That’s one small step for (a) man, one giant leap for mankind.”

First Man, gebaseerd op het boek van James R. Hansen, gaat over dat chapiter in het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, en is toegespitst op Armstrong in de periode van 1961 tot 1969. Een welkome trendbreuk is dat de film geen lofzang is. Niet op Amerika, noch op NASA en haar dappere mannen die, Hollywoodiaanse producties piepen en kraken dikwijls onder dat euvel, ter meerdere glorie van de Stars en Stripes daar gaan “where no one has gone before”. Wat verder opvalt is dat de gespannen internationale verhoudingen op dat moment (de Koude Oorlog) een minimale rol spelen. Wel stipt de film de binnenlandse verontwaardiging aan: wat kost het eigenlijk om “witman” naar de maan te schieten? Kunnen die miljarden niet beter aan het collectief besteed worden?

Regisseur Damien Chazelle kiest dus voor relatief weinig ‘achtergrondruis’ in First Man. En hij werkte, in navolging van zijn met liefst zes Oscars bekroonde La La Land (2016), opnieuw samen met tweevoudig Oscargenomineerde Ryan Gosling. Het resultaat is een intiem portret. Ja, de verrichtingen van Armstrong en zijn kompanen zijn groots, maar het is alsof Chazelle die in een etalage plaatst. Van achter glas mogen we die verrichtingen zien, waarbij de focus op de mens en zijn emoties ligt, niet zozeer op zijn daden.

Van achter glas, maar wel door een vergrootglas. Hebt u Dunkirk (2017) gezien? Dan zal First Man u in zekere zin als een déjà-vu voorkomen. Het camerawerk is namelijk vergelijkbaar: onwaarschijnlijk goed. Meermaals bekruipt je de sensatie zélf in een ruimtecapsule te zitten, waar het trouwens niet prettig toeven was. Als sardientjes in een blik. En dan die technologie! Het blik werd nog net niet met plakband bij elkaar gehouden, maar veel scheelt het niet. Wat er in 50 jaar allemaal niet veranderd is. Onvoorstelbaar.

Behalve het camerawerk moet ook de cast genoemd worden. Een topcast met Ryan Gosling als de stoïcijnse Neil Armstrong aan het hoofd. “Hij is in de loop der tijd gekarakteriseerd als een teruggetrokken persoon. Maar dat was hij niet”, zegt Armstrongs oudste zoon Rick over zijn vader. Verre van stoïcijns is Neils vrouw Janet, uitstekend vertolkt door Claire Foy, bekend van haar rol als Queen Elizabeth II in de dramaserie The Crown. Terwijl Neil ‘gewoon’ met z’n werk bezig is, moet Janet haar zenuwen in bedwang zien te houden. Mark Armstrong: “Mijn moeder had alle zorgen, maar geen enkele controle.”

Aangedaan en met sterretjes in de ogen verlaat ik de bioscoopzaal: First Man is een fantastische biopic. Intens, oprecht. De film toont de zware, van de dood doortrokken aanloop naar het succes van de Apollo 11-missie. Nul sentiment, geen geromantiseer. Oké, op dat ene moment na dan. Het moment waardoor je kunt stellen dat Neil die slordige 385 duizend kilometer wellicht ook heeft moeten afleggen om het verlies van zijn dochtertje Karen een plek te kunnen geven.

 Regie: Craig Gillespie | Duur: 120 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Voormalig kunstschaatsster Tonya Harding schreef geschiedenis toen ze in 1991 als eerste Amerikaanse vrouw een drievoudige axel uitvoerde. En ze straalde, geliefd als ze zich plotseling voelde. Maar drie jaar later hing de vlag er heel anders bij: na de Olympische Winterspelen in Lillehammer werd ze voor het leven geschorst. Het hoe en waarom van haar tragische val tekent regisseur Craig Gillespie op in het wervelende I, Tonya.

Tonya (Margot Robbie) is een natuurtalent en niets lijkt een glanscarrière in de weg te staan. Maar het meisje uit Oregon is bepaald niet van goede komaf; haar vulgaire outfits en gedrag zijn de keurige schaatswereld een doorn in het oog. Omringd door idioten, met goede en slechte bedoelingen, wordt ze meegezogen in een complot om haar grote rivale (de engelachtige Nancy Kerrigan) de voet dwars te zetten.

“Suck my dick!” bijt Tonya de jury toe in de film. “Had ik dat maar echt gezegd”, was volgens Robbie de reactie van Harding, die zeer onder de indruk was van I, Tonya. Als de voortekenen niet bedriegen, gaat de film met minstens één Oscar naar huis. Grote kans dat Robbie die wint, want de Australische actrice speelt grandioos. De kansarme Tonya dwingt een enorme compassie af. Ze is deels dader, maar vooral het slachtoffer van een verziekte jeugd. En later van haar entourage, een stel zeldzame klunzen bij elkaar. Continu moet ze zich hiertegen wapenen. Gescheld en fysiek geweld knallen dan ook van het doek.

Gaat de Oscar niet naar Robbie, dan toch zeker wel naar Allison Janney. Als Tonya’s moeder LaVona blaast de actrice je keihard omver. Mijn god, wat speelt zij monsterlijk goed! Alsof er puur vergif door haar aderen stroomt. Eens te meer besef je dat de appel niet ver van de boom valt. “You cursed me” is Tonya’s verwijt aan haar adres. Een helse erfenis, klevend als pek.

De klasse van I, Tonya beperkt zich niet tot het acteerwerk alleen. Het spitse script wisselt hartverscheurend drama af met dolkomische momenten. Meermaals richten de personages zich ook rechtstreeks tot de kijker (het doorbreken van de vierde wand), of beschouwen ze de gebeurtenissen in gereconstrueerde interviewfragmenten. Alle credits voor Tatiana S. Riegel, wier fantastische montage de lijm is tussen de diverse invalshoeken en vertelvormen.

Harding: “There’s no such thing as truth. That’s bullshit.” Daarom nagelt Gillespie ook niemand aan het kruis in de foutloze kür die zijn biopic is. De film is geworden zoals hij bedoeld is: niet een waarheidsgetrouw, maar een werkelijkheidsgetrouw portret van een rafelige fee op twee ijzers.

 Regie: Steven Spielberg | Duur: 116 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

Drievoudig Oscarwinnares Meryl Streep was duidelijk in haar Golden Globes-speech vorig jaar: “We need the principled press to hold power to account, to call him on the carpet for every outrage.” Voegt ze in de biopic The Post daad bij woord? Ze speelt Katharine Graham, die in 1971 als eerste vrouwelijke uitgever van The Washington Post voor een enorm dilemma wordt gesteld.

The Post begint met gevechten in het Zuid-Vietnamese Hau Giang. Defensieanalist Daniel Ellsberg stelt vast dat er weinig vooruitgang in de strijd zit en brengt minister van Defensie Robert McNamara hiervan op de hoogte. Maar terug in Amerika liegt McNamara de pers voor, waarop Ellsberg geheime documenten uit het Pentagon steelt en deze doorspeelt aan The New York Times.

Zondag 13 juni 1971. Op de voorpagina pakt The Times uit met Amerika’s langdurige, moeizame en grotendeels voor het volk verzwegen anticommunistische campagne in Indochina. Het Witte Huis, waar president Richard Nixon op dat moment de scepter zwaait, verbiedt hierop om nog langer geheime overheidsdocumenten over de oorlog te openbaren. Hoofdredacteur Ben Bradlee (Tom Hanks) legt zich hier echter niet bij neer.

Persvrijheid of nationale veiligheid? De kwestie is heikel, de timing zeer beroerd. De krant heeft namelijk net de beursgang gemaakt; zullen investeerders afhaken als Nixon daadwerkelijk aan de schandpaal wordt genageld? Daarnaast riskeren Graham en Bradlee een forse celstraf, en zou publicatie tevens het einde kunnen betekenen van het imperium dat The Washington Post is.

De vertolkingen in The Post zijn prachtig. Streep, voor de 21ste (!) keer genomineerd voor een Oscar, is formidabel als de innemende Kay die zich in het door mannen gedomineerde nieuwswereldje fier staande houdt. Ze krijgt ferm tegenspel van Hanks, die Ben Bradlee overigens persoonlijk kende. De dialogen tussen de twee Hollywoodiconen vormen dan ook het merg van de film.

Anderzijds is een scherpe kanttekening op z’n plaats: de kijker leert helemaal niets over de Pentagon Papers zelf. Spielberg brengt de onderzoeksjournalistiek van toen op nostalgische wijze in beeld, maar zijn film haalt het niet bij All the President’s Men (1976), waarin journalisten Woodward en Bernstein met bloed, zweet en tranen de ins en outs van de Watergate-affaire boven tafel weten te krijgen. Waarheidsvinding is immers geen romantische aangelegenheid; het spannende maar inhoudelijk vlakke The Post doet je dat iets te veel geloven.

 

 Regie: Ridley Scott | Duur: 132 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

De inmiddels 88-jarige Christopher Plummer vervangt enfant terrible Kevin Spacey in All the Money in the World. De reshoots (22 scènes in totaal) duurden acht dagen en kostten 10 miljoen dollar. Nog meer productieleed: toen Angelina Jolie en Nathalie Portman bedankten voor de eer om de moeder van John Paul Getty III te spelen, werd Michelle Williams gecast. Of het nu aan de rommelige aanloop ligt of niet, Ridley Scotts film is er een om snel te vergeten.

Oliemagnaat Jean Paul Getty (Plummer) is de rijkste man ter wereld. Wanneer in de zomer van 1973 zijn kleinzoon in Rome wordt gekidnapt door de Italiaanse maffia, eist men 17 miljoen dollar losgeld. Maar de miljardair weigert ook maar één cent te betalen, waarna de familie het afgesneden oor van de jongen ontvangt. Wanhopig om zoonlief te redden, besluit zijn moeder Gail om zelf te onderhandelen met de ontvoerders. Bijgestaan door ex-spion Fletcher Chase (Mark Wahlberg) moet Gail alle zeilen bijzetten om hem te bevrijden.

“Don’t move or we kill you.” Zucht. Het is de zoveelste frase in een misdaaddrama dat geen moment de hooggespannen verwachtingen waarmaakt. Het acteerwerk scoort een zesje. Michelle Williams legt weliswaar gif in haar spel, maar Plummer acteert op de automatische rollator. Pardon, piloot. Hij zet een stierlijk vervelende man neer die geilt op materie en macht, de hele film door. Daarbij onderhouden hij en Gail een moeizame verstandhouding. Waarom?, zo vraag je je af. Als opa’s halsstarrigheid voortkomt uit een vete tussen de twee, dan had ik graag geweten hoe de vork precies in de steel zit. Ten slotte is ook Wahlbergs optreden flauwtjes. Chase is dienaar van Getty en steunpilaar voor de radeloze Gail, maar de intermediair heeft de bravoure van een brave aktetasman.

Plichtmatig spel, futloos script. Zeventien miljoen wordt zeven miljoen, wordt vier miljoen. Echt geloofwaardig zijn de ‘rapitori’ dus niet. En wanneer het lichaam van Getty junior wordt gevonden, blijkt hij het niet te zijn – je meent het! Had scenarist David Scarpa maar een intelligente draai gegeven aan John Pearsons boek, of voor een boeiende ontknoping gekozen. Niets van dat alles: All the Money in the World is verspilde moeite. En weggegooid geld.

 

 

 Regie: Dorota Kobiela & Hugh Welchman | Duur: 94 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 9 jaar 

Camera

Zijn leven was kort en turbulent, zijn dood een mysterie. De in Zundert geboren kunstschilder Vincent van Gogh (1853) blies op 29 juli 1890 zijn laatste adem uit. Pleegde hij zelfmoord omdat hij ruzie had met zijn jongere broer Theo? Of was het een schreeuw om aandacht van een man die snakte naar erkenning? Was het eigenlijk wel zelfmoord? Kijk naar Loving Vincent.

De film speelt zich een jaar na zijn dood af. De met Van Gogh bevriende postbode Joseph Roulin stuurt zijn zoon Armand (Douglas Booth) eropuit om Vincents laatste brief aan Theo te overhandigen. Eindpunt van zijn reis is Van Goghs sterfplaats Auvers-sur-Oise (nabij Parijs), waar Armand tal van dorpelingen treft met elk hun eigen verhaal over de schilder.

Loving Vincent won de publieksprijs op het Internationale Animatie Filmfestival in Annecy. Niet voor niets: de eerste compleet geschilderde film ooit oogt uitzonderlijk fraai. Liefst 125 schilders zijn verantwoordelijk voor de bijna 67.000 frames waaruit de film is opgebouwd. Waarbij men originele elementen heeft toegevoegd uit 77 van Van Goghs schilderijen. Daarnaast werden de acteurs in de film nageschilderd en vervolgens geanimeerd. De stijl van de meester komt zo tot leven.

Een zuivere biografie is Loving Vincent niet. Meer een detective over Van Goghs tragische einde, aangevuld met brokjes informatie over de jeugdjaren van de laatbloeier, zijn talent en carrièrepad. Bovendien was Vincent (Robert Gulaczyk) lang niet zo aimabel als sommige flashbacks doen geloven. Sterker nog: hij was een enorme lastpak voor zijn omgeving. Dat is althans de conclusie van Steven Naifeh en Gregory White Smith. In hun boek uit 2011 rekent het vermaarde Amerikaanse biografenduo keihard af met, zoals kunstcriticus Rutger Pontzen zegt, “het troetelkind van de Nederlandse schilderkunst”.

Van Gogh was een mens waarin een groot vuur woedde, laat daar geen twijfel over bestaan. Maar “niemand komt zich er ooit aan warmen”, jammerde hij in een van zijn vele brieven aan Theo. Hoe het precies kwam dat hij als een geplaagd genie door het leven ging, komt te weinig uit de verf in Loving Vincent, dat tevens een charmant loopje met de werkelijkheid neemt. Het zijn krassen op een kleurrijk eerbetoon aan de postimpressionist die, postuum, tot de vader van de moderne kunst werd uitgeroepen.

Loving Vincent

 Regie: Stephen Frears | Duur: 111 minuten | Taal: Engels, Urdu & Hindi | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Judith Olivia Dench (1934) speelde in meerdere films de rol van koningin. Voor haar vertolking van Queen Elizabeth in Shakespeare in Love (1998) won ze zelfs een Oscar. Een jaar eerder was ze te bewonderen als Queen Victoria in Mrs Brown, een film die raakvlakken vertoont met Victoria & Abdul.

Het is 1887. De jonge Indiase klerk Abdul Karim reist af naar Engeland om mee te werken aan de viering van het jubileum van koningin Victoria (Judi Dench). De klik tussen haar en Abdul resulteert in een bijzondere vriendschap. Maar Victoria’s hofhouding ziet hun innige relatie met lede ogen aan en stelt alles in het werk om die te verbreken.

In Victoria & Abdul speelt Dench de op een na langst regerende monarch in de Britse geschiedenis. Het is vooral dankzij haar dat de film vlot wegkijkt. Niemand die zo schitterend nijdig kan prikken met de ogen als zij. De principiële lady neerzetten, dat gaat de actrice prima af. Ze speelt een grillige Victoria die zucht onder het juk van haar ambt. En die fel gekant is tegen discriminatie. Klopt dat laatste wel? Niet volgens de Britse pers die regisseur Stephen Frears (The Queen, 2006) betichtte haar als een soort Gandhi af te schilderen.

Ali Fazal speelt Karim, een moslim uit Agra. Brutaal zoekt hij oogcontact met de vorstin wanneer hij haar een ceremoniële munt moet overhandigen. Van nederige bediende groeit de exotische gast in no time uit tot haar munshi (spiritueel leraar). De aantrekkelijke Fazal speelt aardig, maar opereert voortdurend in de schaduw van zijn kreupele soulmate.

Terwijl Victoria helemaal opleeft, zaagt de snobistische aristocratie, onder aanvoering van Victoria’s zoon Bertie (Eddie Izzard), aan haar stoelpoten. Eerst subtiel, later op ronduit schaamteloze wijze. Victoria plooit echter niet. Machtig is de scène waarin ze Bertie en haar voltallige huishouding in niet mis te verstane bewoordingen de oren wast.

Historici zullen zich wellicht ergeren aan het geromantiseerde Victoria & Abdul, dat gebaseerd is op Abduls in 2010 ontdekte dagboeken. Niettemin oogt de film technisch verzorgd, zijn de kostuums prachtig en is Victoria’s gang richting het “eeuwige banket” een ontroerend besluit van een stijlvol Brits drama waarin Judi Dench heerst. Letterlijk en figuurlijk.

 Regie: Pablo Larraín | Duur: 100 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Op vrijdag 22 november 1963 wordt de Amerikaanse president John Fitzgerald Kennedy in Dallas (Texas) vermoord tijdens een rondrit in een open limousine. First lady Jackie Kennedy zit naast hem op het moment dat een kogel zijn schedel verbrijzelt. Om zijn afschuwelijke dood in een sociaal-historische context te plaatsen, nodigt ze amper een week later een journalist uit. Het interview is de leidraad binnen Jackie, een voortreffelijke filmbiografie van de Chileense cineast Pablo Larraín met Natalie Portman in de glansrijke hoofdrol.

Volmaakt authentiek zet de actrice (1981) een presidentsvrouw neer die van de hemel in de hel belandt. In de hemel is ze de gracieuze dame die het Witte Huis tot een bolwerk van smaak verheft. Fantastisch is de manier waarop de makers haar fameuze Tour of the White House (1961) hebben weten na te bootsen; bewonder haar statige tred en zangerige dictie waarmee ze televisiekijkend Amerika door de vertrekken loodst. Een totaal andere Jackie zien we in de hel: haar strakke gezicht weerspiegelt dan een en al ongeloof, bitterheid en verdriet. Juist omdat de camera haar dicht op de huid zit, staat of valt alles met mimiek en timing. Beide zijn subliem.

Behalve Portmans monumentale spel heeft de film nog veel meer te bieden. Het tot in de puntjes verzorgde kostuumdesign en de Oscarwaardige soundtrack van Mica Levi bijvoorbeeld. Verder zien we een solide Peter Sarsgaard als Bobby Kennedy (een broer van), Greta Gerwig als de lieve Nancy (vriendin van Jackie), en niet te vergeten: de laatste acteerzuchtjes van John Hurt. In gesprek met Jackie neemt hij de diepzinnigste quote uit de film voor zijn rekening.

Jackie is een overdonderende filmbelevenis waarin je door de ogen van Natalie Portman, hypnotiserend goed, de aanslag en de onwerkelijke dagen erna beleeft, tot en met de begrafenis op 25 november 1963. De 34-jarige weduwe stond erop haar grote liefde de eer te bewijzen die hem toekwam. En dus kreeg John F. Kennedy een uitvaart à la Abraham Lincoln. Vier dagen later zou ze haar verhaal doen in Hyannis Port, de thuishaven van de Kennedy’s. Het was de dag waarop een mythe werd geboren die de staatsman moest vereeuwigen: “Don’t let it be forgot, that once there was a spot, for one brief shining moment that was known as Camelot.”

 Regie: James Ponsoldt | Duur: 106 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: AL

Camera

Ze bestaan, maar zijn zeldzaam. Films die je de tijd doen vergeten, je gedachten het zwijgen opleggen en waarvan je de aftiteling door een zilte waas aanschouwt. The End of the Tour is er zo een. De film is gebaseerd op het boek Although Of Course You End Up Becoming Yourself van David Lipsky, redactiemedewerker bij hét muziektijdschrift in de VS: Rolling Stone.

In The End of the Tour interviewt Lipsky (Jesse Eisenberg) schrijver David Foster Wallace (Jason Segel) tijdens zijn promotour, kort na de publicatie van diens veelgeprezen roman Infinite Jest. Vijf dagen lang trekken de twee mannen zij aan zij op. Subtiel maar zienderogen slinkt hierdoor de afstand van Lipsky tot zijn onderwerp.

Ergens lijken ze op elkaar, maar Wallace en Lipsky zijn vooral tegenpolen van formaat. Lipsky: “He wants something better than he has. I want precisely what he has already.” Het spanningsveld tussen de dertigers uit zich in verbaal degengekletter van de allerhoogste orde. Onbegrijpelijk dat Segels optreden, een tien met een griffel, het Oscarcomité is ontgaan. Begenadigd schrijver Wallace is een bonkige hippie met vriendelijke ogen en een ietwat lijzig stemgeluid. Hij heeft zich verschanst in Illnois, ver weg van de egomane schrijversscene. Zijn algehele stijl, slonzig, verhult en onthult tegelijkertijd de ongelukkige ziel die hij is; getekend en geketend door ‘the American way of life’. In de eveneens subliem acterende Eisenberg (expressief ijzersterk) ontmoet hij de ambitieuze journalist wiens bewondering voor zijn ‘leraar’ langzaam overhelt naar afgunst. Want doet Wallace zich niet anders voor dan dat hij in werkelijkheid is? Het slotstuk van The End of the Tour geeft antwoord en is het beste wat film te bieden heeft.

Twee spiegelbeelden zijn aan de wandel in het onvergetelijke, tot in je merg voelbare The End of the Tour. James Ponsoldts film is de overtreffende trap van schoonheid. “David thought books existed to stop you from feeling lonely”, memoreert Lipsky in de laatste scène van de film, met muziek zo mooi dat het bijna pijn doet. Maar behalve boeken, geduldige vluchtheuvels binnen het aardse bestaan, is er nog een medicijn tegen eenzaamheid: een goed gesprek.

The End of the Tour

 Regie: Robert Zemeckis | Duur: 123 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 9 jaar

Camera

In zijn memoires To Reach the Clouds vertelt de Franse waaghals Philippe Petit (1949) over zijn gedenkwaardige stunt op woensdag 7 augustus 1974. Eigenlijk is het een mirakel dat hij ‘le coup’ kan navertellen. Acteur Joseph Gordon-Levitt, in de rol van Philippe, doet dat in The Walk van regisseur Robert Zemeckis.

Tijdens een circusvoorstelling ziet de jonge Philippe iemand lijf en leden riskeren door hoog boven de grond over een draad te lopen. De vonk slaat over en op z’n zestiende zet hij zelf de eerste stapjes. Wanneer hij jaren later in Parijs als straatartiest de kost verdient, maakt hij kennis met koorddanser Rudy Omankowsky (Ben Kingsley) die Philippe enige tijd begeleidt. Onvoorwaardelijk gesteund door onder meer zijn vriendin Annie (Charlotte Le Bon) overbrugt hij in 1971 de afstand tussen de twee torens van de Notre-Dame. Maar dat is kinderspel vergeleken met de Twin Towers van het World Trade Center in New York, destijds het hoogste gebouw ter wereld.

Levitt speelt met flair een prettig gestoorde performer die stiekem zijn kabel spant op het spectaculairst denkbare podium. Heeft u last van hoogtevrees? Dan is het goed om te weten dat de acteurs zich tijdens de opnames op nog geen vier meter hoogte bevonden. De bovenste twee verdiepingen van het WTC werden nagebouwd en omgeven met green screen. De rest van de torens werd digitaal toegevoegd. Het effect is er niet minder om, want Philippe’s kunsten ogen adembenemend. Hoewel The Walk draait om zijn uitzonderlijke soloprestatie, is het voorbereidende werk van zijn trouwe ‘handlangers’ minstens zo indrukwekkend. Aan de hechte band tussen de personages is af te lezen dat de castleden elkaar buiten de set vaak opzochten. “Ze werden wat ze in de film zijn”, zegt Zemeckis.

Koste wat kost je droom willen realiseren vereist geloof, durf en toewijding. Maar dan zal het lot er ook voor zorgen dat die droom werkelijkheid wordt. Kijk maar naar Philippe Petit, een ballerino met ballen. The Walk is een hoogst amusante film over ‘the artistic crime of the century’ en een hommage aan haar decor: de iconische torens van het WTC.

The Walk

 Regie: Alejandro González Iñárritu | Duur: 156 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

De moed zal Leonardo DiCaprio in de schoenen zijn gezonken toen hij in 2014 voor de vijfde keer naast een Oscar greep. Is zesmaal dan scheepsrecht voor de 41-jarige Titanic-held? Iedereen gunt hem dat felbegeerde beeldje. Helemaal na zijn rol in The Revenant, naar eigen zeggen de zwaarste klus uit zijn carrière. Voor de film moest de acteur twee inheemse talen leren spreken, sliep hij in dierenkarkassen en ging hij kopje-onder in ijskoud water. En als klap op de vuurpijl zet de vegetariër zijn tanden in rauwe bizonlever.

Regisseur Iñárritu weet wat het is om prijzen te pakken. De Mexicaan sleepte met Birdman (2014) vier Oscars in de wacht, waaronder die voor Beste Film. Ook dit jaar kan hij deze nauwelijks mislopen, want The Revenant is een spektakelstuk. De film speelt zich af in 1823, toen de eerste Amerikaanse kolonisten het land probeerden te veroveren op de indianen. Het op ware feiten gebaseerde verhaal gaat over pelsjager Hugh Glass (DiCaprio) die deel uitmaakt van de Rocky Mountain Fur Company, een gezelschap dat het gebied rondom de Missouri-rivier verkent. Op een dag wordt Glass levensgevaarlijk verwond door een grizzlybeer en laten zijn kameraden hem voor dood achter. Vastbesloten om zich te wreken begint hij aan een loodzware survivaltocht door de wildernis.

Het plot is weliswaar voorspelbaar, maar het bikkelharde pioniersdrama houdt je op het puntje van de stoel. De meeste honneurs zijn voor een briljante DiCaprio die totaal versmelt met zijn personage. Gegeseld door onrecht, indianen en de elementen gaat er een woordeloze kracht van hem uit. Klamme handen krijg je van zijn gevecht met de beer; de special effects en Glass’ littekens zijn akelig realistisch. Eveneens voortreffelijk is Tom Hardy als John Fitzgerald, een ploert die louter uit is op eigen gewin. Met schitterend camerawerk brengt Iñárritu bovendien ode aan de natuur. Conform zijn wens vonden de opnames alleen bij natuurlijk licht plaats. Kraakheldere shots van prachtige luchten, besneeuwde bosvegetaties en bergformaties zijn het resultaat.

Een Golden Globe, die heeft de ecologische activist DiCaprio dankzij The Revenant al op zak. Het pleit voor hem dat hij zijn onderscheiding opdroeg aan de oorspronkelijke bewoners van Amerika, de indianen, die al eeuwenlang mikpunt van vervolging zijn. Leonardo DiCaprio: van losbollig tieneridool met een babyface tot geëngageerd topacteur die zichzelf overtreft. Op naar die welverdiende Oscar!

The Revenant