Regie: Wes Anderson | Duur: 101 minuten | Taal: Engels & Japans | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

Wes Anderson is de naam. Schilder onder de cineasten. Zijn films zijn feeëriek, ongrijpbaar, vaak ook een tikkeltje rauw. En vooral wonderbaarlijk fraai gestileerd. Denk aan Fantastic Mr. Fox (2009), Moonrise Kingdom (2012) of het knotsgekke The Grand Budapest Hotel (2014). Met zijn nieuwste creatie overtreft hij zichzelf nog maar eens: de stopmotionanimatiefilm Isle of Dogs doet je beslist als een ‘WAF’ (Wes Anderson-Fan) huiswaarts keren.

Isle of Dogs speelt zich af in het dystopische Megasaki, een stad in Japan. Na het uitroepen van de noodtoestand verbant de corrupte burgemeester Kobayashi alle honden in de stad naar een vuilnisstort, Trash Island genaamd. Ook Spots, de waakhond van Kobayashi’s 12-jarige pleegkind Atari, ontkomt niet aan het decreet. Maar Atari laat zich niet kennen en reist in een propellervliegtuigje af naar de troosteloze dumpplek. Geholpen door vijf honden begint hij vervolgens aan de zoektocht naar zijn trouwe viervoeter.

Anderson, tijdens de persconferentie op de Berlinale: “Ik wilde iets met hondjes op een vuilnisbelt en iets met Japan, vooral vanwege mijn liefde voor de films van Akira Kurosawa en de animatiefilms van Hayao Miyazaki.” Isle of Dogs is deels een hommage aan de twee meesters van de Japanse cinema. Het verhaal is simpel, maar van pure schoonheid; je ogen kunnen de beeldenpracht nauwelijks bijbenen. De stijl is Wes Anderson ten voeten uit. Eigenzinnige personages die op de bres springen voor rechtvaardigheid, veel gevoel voor symmetrie (frontale shots met het doelobject keurig in het midden van het beeld), houterige dialogen en een uitermate scherp oog voor detail. Wat dat laatste betreft: zelfs het ongedierte in de haren van de uitgemergelde honden is te zien, als je goed kijkt tenminste. Niets laat controlfreak Anderson aan het toeval over.

Bovendien heeft Isle of Dogs een sterstemmencast. U hoort onder anderen Edward Norton, Jeff Goldblum en Greta Gerwig. En Bill Murray natuurlijk, die in acht van Andersons negen films speelde. “We voelden ons echt jachthonden”, zegt Murray. “Het werd al gauw heel komisch. We keken elkaar aan met een blik van: hoe speel jij eigenlijk een hond? We probeerden elkaar voortdurend af te troeven in het niveau van hond.” Hoe uitstekend ze daarin zijn geslaagd, moet u echt gaan zien en horen in het beeldschone hondenleven dat Isle of Dogs is geworden.

 Regie: Ildikó Enyedi | Duur: 116 minuten | Taal: Hongaars | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Half februari gaat de 68ste Berlinale van start. Als die een film zoals On Body and Soul van de Hongaarse regisseur Ildikó Enyedi op de rol heeft staan, is het filmfestival bij voorbaat al geslaagd. “Een klein meesterwerk”, oordeelde de NRC. Laat dat bijvoeglijk naamwoord maar weg.

In het beste geval gaat seks gepaard met liefde. Heel vaak echter blijft die goddelijke symbiose een fata morgana. Misschien wel omdat de mens juist zo op het vleselijke is gericht. Seks als de bekroning van wederzijdse liefde tussen twee mensen is natuurlijk prachtig, maar On Body and Soul gaat allereerst over de connectie op zielsniveau.

Mária (Alexandra Borbély) is werkzaam als kwaliteitscontroleur in een abattoir. Ze valt op omdat ze zich extreem afzondert van haar collega’s; alleen financieel directeur Endre (Géza Morcsányide) zoekt toenadering en weet enigszins tot haar door te dringen. Stilletjes groeit er een band tussen de twee, die verdiept wanneer ze ontdekken dat ze ’s nachts hetzelfde dromen.

Die ontdekking zit door heel de film verweven. Al in het begin zien we hoe een bok (mannetjeshert) zijn oog laat vallen op een hinde, waarmee meteen de link naar de karakters en het plot is gelegd. Want de eveneens introverte Endre tast de autistische Mária, doodsbang als ze is voor fysiek contact, behoedzaam af. De solisten zijn net twee aliens die elkaar de liefde influisteren. Respectvol, geduldig, gracieus. En die liefde wortelt diep, triggert de angst en verscheurt je in geval van afwijzing. “Het is alsof ik doodga. Ik hou zoveel van je”, zegt Endre pal na Maria’s wanhoopsdaad.

Zo zuiver hun liefde, zo wreed het decor waarbinnen zij gestalte krijgt. De beelden in het slachthuis – over vleselijk gesproken – liegen er niet om en contrasteren enorm met de subtiliteiten tussen Mária en Endre, met de sneeuwwitte biotoop van de herten. Een geniale vondst van Enyedi om het verhaal in een dergelijk tweeslachtig en daardoor surrealistisch aandoend kader te plaatsen.

De mens is meer dan alleen vlees en botten, zo laten de sensitieve Mária en Endre zien. Scenario, spel, camerawerk en montage zijn alle weergaloos. On Body and Soul brengt de kijker in hemelse sferen; voert je naar de niet-fysieke dimensie van de liefde. Waardoor dit romantisch drama míjlenver boven vele genregenoten uittorent.

 Regie: Kyle Balda, Pierre Coffin & Eric Guillon | Duur: 89 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar

Camera

In Despicable Me (2010) is Gru schurk en surrogaatpapa tegelijk en in Despicable Me 2 (2013) stapt hij ook nog eens in het huwelijksbootje. Zijn vrouw Lucy (stem van Kristen Wiig) en dochtertjes Margo, Edith en Agnes keren allen terug in Despicable Me 3. Aan kolderieke momenten en halsbrekende toeren geen gebrek in deze sequel, waarmee het enige pluspunt meteen is genoemd.

Gru’s vredige bestaan wordt verstoord wanneer zijn krengerige moeder hem vertelt dat hij een tweelingbroer heeft: Dru. Met enige moeite weet hij Gru te verleiden tot een laatste boevenstreek: het stelen van een reusachtige diamant. Daarbij krijgen ze concurrentie van Balthazar Bratt, een voormalig kindsterretje dat uit de gratie is geraakt.

Despicable Me 3 is feitelijk een herhaling van zetten. Zo lijkt Balthazar Bratt erg op nerdy kwajongen Vector, Gru’s kwelgeest in de eerste film. Middels enorme bellen klapkauwgom – hoe verzin je het? – dwarsboomt de gefrustreerde vlegel zijn tegenstanders, waarbij ook Hollywood het moet ontgelden. Verder is kopstuk Gru minder prominent aanwezig omdat Dru zijn rol overneemt; het was slimmer geweest om stemacteur Steve Carell voor alléén Gru te reserveren. En dan is er nog Agnes, wier eindeloze eenhoorn-obsessie maakt dat ze in dit derde deel niet meer dat knuffelkindje van weleer is. Zint haar iets niet, dan gaat ze (bekend inmiddels) keihard gillen. Ten slotte zorgen ook de gele knechtjes voor weinig vertier. Ze blijven nogal op de achtergrond en opereren vooral als collectief. Hun onderlinge grollen, op de vingers van één hand te tellen, zijn slap.

Negentig minuten lang is het verdacht stil in de bioscoopzaal, waar originaliteit en humor de grote afwezigen zijn op het witte doek. Is het gezapige Despicable Me 3 een incident of is de toverformule nu echt uitgewerkt? Volgend jaar zomer volgt deel 4, maar het plot ervan riekt opnieuw naar oude wijn in nieuwe zakken.

 Regie: Mike Flanagan | Duur: 97 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Before I Wake mag dan de tag ‘horror’ hebben, hij bezorgt je geen slapeloze nachten. Dit komt vooral omdat het monster in de film kinderlijk onschuldig oogt. Ander dissonantje: het einde is aan de zoetsappige kant.

Nachtelijk gewoel blijft de kijker dus bespaard, de 8-jarige Cody Morgan (Jacob Tremblay) echter niet. In dat gegeven schuilt het aardige plot van de film. Het pleegkindje van Jessie (Kate Bosworth) en Mark (Thomas Jane) bezit namelijk een speciale gave die zich ‘s nachts openbaart. Mits hij slaapt.

Regisseur Mike Flanagan (Oculus, 2013) past een veelgebruikte truc toe: hij begint het verhaal ‘in media res’ (ergens in het midden). Een man houdt, staande in Cody’s slaapkamer, een pistool op hem gericht. “I am sorry, Cody”, snikt hij. In het vervolg van de film uit Cody meermaals dezelfde woorden jegens Jessie en Mark. Na het traumatische verlies van hun zoontje Sean hoopt het stel met de adoptie van Cody een nieuw leven te beginnen. Maar hun wond blijkt nog niet geheeld.

Bosworth en Jane spelen beiden goed, Jacob Tremblay (bekend van het drama Room, 2015) nog beter. De dromen van de beleefde Cody komen uit en vormen tevens – aardig bedacht – de katalysator binnen het verwerkingsproces van met name Jessie. Geen probleem zolang het fijne dromen betreft, minder leuk bij nachtmerries. Dat die nachtmerries zelfs dodelijk kunnen zijn, weerhoudt Jessie er niet van het knaapje te gebruiken om zelf te helen, wat op den duur een wig drijft tussen haar en Mark. Jammer dat Flanagan dit plotlijntje te weinig kleur geeft; hun dynamiek had wat pittiger gemogen.

De kracht van Before I Wake is dat hij geen evidente zwaktes kent. Acteerwerk, cameravoering, belichting en montage zijn alle van goed niveau. De zwakte is dat hij evenmin echt spektakel biedt. Een degelijk gemaakte fantasiefilm tijdens welke je, dankzij een paar enge momenten, niet wegdroomt. Gelukkig maar.

 Regie: Roger Ross Williams | Duur: 92 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: AL

Camera

Life, Animated is gebaseerd op de bestseller van schrijver en journalist Ron Suskind en was vorig jaar een van de winnaars op het filmfestival Sundance. De documentaire van de Afro-Amerikaanse regisseur Roger Ross Williams gaat over een opmerkelijke episode in het leven van Owen Suskind; de Peter Pan uit de gelijknamige Disney-klassieker.

Ron en zijn vrouw Cornelia zitten met de handen in het haar wanneer hun 3-jarige zoon Owen op een dag ontvoerd wordt. Boeven die losgeld eisen? Massale politie-inzet? Niets van dat alles. Owens verdwijning is geestelijk van aard; de levenslustige hummel houdt namelijk op met praten. Zomaar ineens. Autisme zet een schot tussen hem en de wereld. Jarenlang komt hij niet achter dat schot vandaan, totdat zijn vader de pop Iago (de papegaai uit de Disneyfilm Aladdin, 1992) pakt en in die rol tegen hem begint te praten. En Owen antwoordt.

“Autisten hebben een script nodig”, zegt Ron. De animaties van Disney (van tientallen films kent Owen de teksten uit het hoofd) blijken de sleutel tot een beter begrip van de echte wereld. Zijn sterke identificatie met vooral de ‘sidekicks’ uit de Disneyfilms is geen toeval: ook Owen voelt zich een randpersonage. Een personage dat vroeg of laat op eigen benen zal moeten staan. Ja, communiceren in Disneydialogen bevordert zijn interactie. Maar dat script ook toepassen op complexere zaken is vers twee. Wat heb je aan die Disney-encyclopedie tijdens een sollicitatiegesprek? Of als je vriendinnetje het na jaren plots met je uitmaakt? Een van de meest illustratieve scènes in dit verband is het gesprek over seks tussen Owen en zijn oudere broer Walter.

Interviews met zijn naasten, beeldmateriaal uit het familiearchief en prachtig geanimeerde jeugdtekeningen van Owen zelf: het spraakmakende Life, Animated vertelt het ontroerende coming-of-ageverhaal van een knul met een handicap. Schoorvoetend maar met succes legt hij zijn weg af. Dankzij drie toonbeelden van liefde die niet van opgeven willen weten.

 Regie: David Wnendt | Duur: 116 minuten | Taal: Duits | Kijkwijzer: 12 jaar

Camera

In de paniek rondom de vluchtelingenproblematiek staan goddank intellectuelen op die de kwestie genuanceerd benaderen. Adolf Hitler is er zo een. Wat, Hitler? Ja, want na zeventig jaar stilte doet snorremans weer van zich spreken. In Er ist wieder da, een gewaagde en vlijmscherpe komedie naar de gelijknamige roman van de Duitse schrijver en journalist Timur Vermes.

In de film ontwaakt de voor dood aangenomen Führer (Oliver Masucci) midden in een Berlijnse woonwijk. Amper bijgekomen stelt hij vast dat de oorlog voorbij is en Duitsland een multiculturele samenleving is geworden. Zijn miraculeuze rentree is een geschenk voor Fabian Sawatzki (Fabian Busch). De goedzak wil zijn vastgelopen televisiecarrière nieuw leven inblazen en doet Hitler hiertoe het voorstel om samen op tournee door het moderne Duitsland te gaan. Aldus geschiedt. En wat blijkt? “De stille woede en ontevredenheid van het volk deden me denken aan 1930”, zo concludeert Hitler.

Hij dwingt respect en gezag af, de schijnbaar charmante Führer die Masucci beangstigend goed vertolkt. Door naar mensen te luisteren, hen te bevragen en hun geduldig zijn ideologie uit te leggen. Zijn rijzige gestalte, onverstoorbare mimiek en loepzuivere dictie van het Beiers werken daarbij betoverend. Met aan schaamte grenzende verbazing neem je kennis van de sympathie die de als Hitler uitgedoste acteur oogst. Eerst wordt hij voor een briljant komiek aangezien, maar omdat hij de vinger feilloos op de maatschappelijke wonden legt, wint hij pijlsnel aan populariteit. Hij verschijnt in diverse tv-shows, is hot op YouTube en schrijft een boek dat gretig aftrek vindt. Sawatzki echter, een van de weinigen in de film met een geweten, roept Hitler uiteindelijk een halt toe. Te laat? Het antwoord is verrassend en diepzinnig tegelijk.

Er ist wieder da houdt je nadrukkelijk een spiegel voor. En roept vele vragen op. Werkt de mix van feit en fictie niet vertroebelend? Is het wel gepast te lachen om iemand die verantwoordelijk is voor miljoenen doden? Hoe je Wnendts film ook moet interpreteren, de boodschap erin is zonneklaar: als we willen voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt, dan is de mens(heid) niet gebaat bij stereotiep zondebokgedrag.

Er ist wieder da

 Regie: Mark Osborne | Duur: 108 minuten | Taal: Nederlands | Kijkwijzer: AL

Camera

Le Petit Prince, wie kent het niet? De Franse schrijver en (brokken)piloot Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944) vergaarde er eeuwige roem mee. Het is het meest vertaalde boek ter wereld en in Frankrijk het best gelezen werk uit de Franse literatuur. De gelijknamige film van regisseur Mark Osborne loodst de kijker in vogelvlucht door het sprookje waarin ‘les grandes personnes’ (volwassenen) mikpunt van zachte spot zijn.

Volwassen mensen zijn namelijk rare snuiters. Zo ook de moeder van het kleine meisje in Le Petit Prince, een carrièretijger die zich voortdurend bemoeit met het leven van haar dochter. Nou ja, leven? Het is uitsluitend school wat de klok slaat. Tijd voor leuke dingen is er niet. Het arme kind gehoorzaamt gedwee, totdat ze op een dag kennismaakt met de oude buurman. Hij neemt haar mee op reis door zijn herinneringen aan de Kleine Prins, het ventje dat hem ooit het leven redde in de Sahara.

Qua vormgeving is er niets aan te merken op Le Petit Prince. De combinatie van twee technieken, computeranimatie en stop-motion, is stijlvol. Het huis van de oude man, zijn sprookjestuin en de tot leven gewekte illustraties uit het boek zijn fraai. Maar het vertelperspectief is anders dan in het boek. De lezer leert het prinsje kennen door de ogen van de ik-persoon (Saint-Exupéry), de kijker doet dat via het meisje. Geen probleem, ware het niet dat er ruis op de lijn is. Niet elke van de zeven planeten passeert de revue, en daarnaast overheersen de stormachtige belevenissen van het meisje die van het prinsje. Hierdoor komen niet alle symbolieken even goed uit de verf. Het leukst is nog de aimabele piloot (de stem van Bram van der Vlugt) met z’n archetypische baard.

Oogstrelend, maar inhoudelijk nogal chaotisch: de raamvertelling Le Petit Prince doet slechts ten dele recht aan het magische pareltje dat het boek is. Een zuivere weergave van het verhaal had waarschijnlijk meer tot de verbeelding gesproken. De film is een aardige introductie tot het boek; andersom helaas niet.

Le Petit Prince

 Regie: Jaco Van Dormael | Duur: 114 minuten | Taal: Frans | Kijkwijzer: 12 jaar

Camera

Bestaat God nou wel of niet? De verdomd originele film Le tout nouveau testament van de Brusselse cineast Jaco van Dormael geeft ondubbelzinnig antwoord: God bestaat wel degelijk, en hij woont in Brussel.

Jean-Claude hoeft niet lang na te denken wanneer hij verneemt dat zijn overlijden aanstaande is. Hij gooit zijn mobiel en aktekoffer weg en gaat lekker op een bankje in de zon zitten. God geeft hem vast toestemming, toch? Nee, want God is geen barmhartig opperwezen, maar een hufter die zuipt, rookt, vloekt en zijn vrouw en dochter Ea afschuwelijk behandelt. Een gruwel die vanachter een computer zijn verzameling speeltjes (de mensheid) laat lijden.

Maar na tien jaar onderdrukking komt Ea in opstand. Ze sluipt Gods naargeestige werkkamer binnen, hackt zijn computer en stuurt alle mensen op aarde hun sterfdata. Op advies van haar broer J.C. gaat ze vervolgens op zoek naar zes apostelen om een gloednieuw Testament over hen te schrijven.

Het schitterende sieraad Le tout nouveau testament doet denken aan de film Amélie (2001) van Jean-Pierre Jeunet. Met de piepjonge Ea (Pili Groyne) in de rol van Amélie, een goede fee die wraak neemt op haar vader en mensen tot elkaar brengt. Geholpen door clochard Victor (Marco Lorenzini) geeft Ea tijdens haar missie blijk van magische eigenschappen. Dan komt God erachter dat zijn dochter de zaken heeft gesaboteerd. Hij gaat haar achterna, maar ondervindt aan den lijve wat voor puinhoop hij van de wereld heeft gemaakt.

Heel de cast imponeert in Le tout nouveau testament. Het meest Benoît Poelvoorde als een ongeschoren, in een foeilelijke kamerjas gestoken God die zijn haat botviert op zijn eigen creaties.

De Franse regisseur Jean-Luc Godard zei ooit: “De film is de meest religieuze van alle kunsten, omdat ze de mens voor de essentie van dingen plaatst en de ziel in het lichaam laat zien.” Welnu, Le tout nouveau testament raakt de essentie. Een fantasierijk plot, scherpzinnige dialogen, delicate humor en een poëtische cinematografie; het kan niet op in dit sprookje dat de kijker naar het beloofde land voert. Daar waar de kracht van schoonheid en de schoonheid van verbinding regeren. Luidt het ware evangelie niet dat God in élk levend wezen schuilt?

Le tout nouveau testament

 Regie: Pete Docter & Ronnie Del Carmen | Duur: 95 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: AL

Camera

Het is soms lastig de oorsprong en kattensprongen van je eigen gedachten en emoties te begrijpen, laat staan die van een ander. Wie is eigenlijk verantwoordelijk voor die wirwar? Het antwoord wordt gegeven in Inside Out, een animatiefilm die er met Kop en schouders boven uitsteekt.

Het elfjarige meisje Riley Andersen uit Minnesota is een gelukkig kind met lieve ouders. Ze is gek van ijshockey, een sport die ze fanatiek beoefent. Dat ze zo goed in haar vel zit, is mede te danken aan Plezier, Verdriet, Angst, Afkeer en Woede die vanuit de controlekamer in haar hoofd Rileys gedrag aansturen. Alles gaat prima, totdat de familie Andersen naar San Francisco verhuist waar Riley grote moeite heeft haar draai te vinden. Haar kernemotie (Plezier) zit echter niet bij de pakken neer en probeert haar blije persoonlijkheid te herstellen.

Inside Out heeft een origineel plot dat steunt op de wisselwerking tussen hoofdpersoon Riley en de vijf subpersonen. Rileys gedachten, gevoelens en handelingen vloeien immers direct voort uit die van het kwintet in haar hoofd. Doordat Verdriet er flink op los klunst, belandt ze samen met de optimistische Plezier in het Langetermijngeheugen van Riley. En zonder Plezier aan het roer maken de drie achtergebleven emoties er een potje van. Rileys Persoonlijkheidseilanden komen hierdoor één voor één tot stilstand, met grote gevolgen voor haar welbevinden.

Behalve intelligent is de film ook een audiovisuele voltreffer. Of het nu gaat om het Onderbewuste, de Gedachtentrein of Verbeeldingsland, de makers slagen er wonderwel in de menselijke psyche tastbaar te maken. Dit doen ze onder andere door kleuren te gebruiken. Zo is Woede rood en heeft Afkeer een felgroene kleur. Welke gedachte of emotie de overhand heeft, is te zien aan de ballen die elk van hen voortdurend ‘produceert’. Luister eens goed naar de klank wanneer de ballen rollen, elkaar raken, of vallen; de geluiden in de film zijn fenomenaal.

Inside Out is geestig en wervelend tegelijk. Wilt u meer weten over de werking van ons brein? Kijk dan naar dit kleurrijke meesterwerk dat bovendien een wijze les bevat: pas wanneer je bij je (diepste) verdriet komt, gaat het balletje echt rollen. EnJoy!

Inside Out

 Regie: Lee Toland Krieger | Duur: 112 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 9 jaar

Camera

Vroeg of laat de stap naar het hiernamaals maken is de enige zekerheid die het aardse bestaan biedt. Een uitzondering op de regel is Adaline Marie Bowman (Blake Lively) in The Age of Adaline, een schitterend liefdesdrama met een magisch randje.

Op een koude winteravond in 1935 overkomt Adaline iets zeer ongebruikelijks. Bij slecht weer raakt ze van de weg en komt ze in ijskoud water terecht. Kort nadat haar hart het heeft begeven, steekt Moeder Natuur de helpende hand toe: haar auto wordt door de bliksem getroffen waarna ze wonder boven wonder haar adem hervindt. Meer dan dat: vanaf dat moment is ze blijvend immuun voor de aftakeling door de tijd; nooit meer zal ze één dag ouder worden.

De vergankelijkheid, aorta des doods, die geen vat op je krijgt. Een zegen? Nee. Adalines unieke, wetenschappelijk onverklaarbare aandoening roept vragen en wantrouwen op. Om de vrijheid en veiligheid van zichzelf en haar dochter Flemming (Ellen Burstyn) te waarborgen, neemt ze zich voor om altijd onderweg te blijven, elk decennium van identiteit te wisselen en met geen woord te reppen over haar geheim. Bijna zestig jaar lang zweert Adaline trouw aan die belofte, totdat ze op Oudejaarsavond de aantrekkelijke Ellis Jones (Michiel Huisman) leert kennen.

In The Age of Adaline zien we een voortreffelijke Blake Lively als een schuwe schoonheid op de vlucht, en Michiel Huisman in de rol van adonis met een ijzeren vastberadenheid. Het duo geeft het getouwtrek tussen de twee tegenpolen (liefde en angst) op pakkende wijze gestalte. Het verhaal krijgt een onverwachte wending wanneer Adaline wordt voorgesteld aan Ellis’ vader William (Harrison Ford), die versteent bij haar aanblik. “Al die jaren heb je geleefd, maar had je geen leven”, vat William haar toestand treffend samen.

Tijd is een menselijk concept; een statisch fenomeen gestoeld op subjectiviteit. Liefde daarentegen heeft het eeuwige leven. Het bewijs levert regisseur Lee Toland Krieger met The Age of Adaline, een plaatje van een film waarin Adaline uiteindelijk zwicht voor ‘leve ‘t hiernumaals’.

The Age of Adaline