Regie: Damien Chazelle | Duur: 141 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

De reis duurde slechts vier dagen, de voorbereiding kostte jaren. First Man vertelt wat voorafging aan wat velen zien als de meest historische gebeurtenis van de vorige eeuw. Op zondag 20 juli 1969, even na 20.17 uur UTC, ziet de wereld hoe astronaut Neil Armstrong als eerste mens op de maan landt. Zes uur en veertig minuten later zet hij voet op het maanoppervlak: “That’s one small step for (a) man, one giant leap for mankind.”

First Man, gebaseerd op het boek van James R. Hansen, gaat over dat chapiter in het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, en is toegespitst op Armstrong in de periode van 1961 tot 1969. Een welkome trendbreuk is dat de film geen lofzang is. Niet op Amerika, noch op NASA en haar dappere mannen die, Hollywoodiaanse producties piepen en kraken dikwijls onder dat euvel, ter meerdere glorie van de Stars en Stripes daar gaan “where no one has gone before”. Wat verder opvalt is dat de gespannen internationale verhoudingen op dat moment (de Koude Oorlog) een minimale rol spelen. Wel stipt de film de binnenlandse verontwaardiging aan: wat kost het eigenlijk om “witman” naar de maan te schieten? Kunnen die miljarden niet beter aan het collectief besteed worden?

Regisseur Damien Chazelle kiest dus voor relatief weinig ‘achtergrondruis’ in First Man. En hij werkte, in navolging van zijn met liefst zes Oscars bekroonde La La Land (2016), opnieuw samen met tweevoudig Oscargenomineerde Ryan Gosling. Het resultaat is een intiem portret. Ja, de verrichtingen van Armstrong en zijn kompanen zijn groots, maar het is alsof Chazelle die in een etalage plaatst. Van achter glas mogen we die verrichtingen zien, waarbij de focus op de mens en zijn emoties ligt, niet zozeer op zijn daden.

Van achter glas, maar wel door een vergrootglas. Hebt u Dunkirk (2017) gezien? Dan zal First Man u in zekere zin als een déjà-vu voorkomen. Het camerawerk is namelijk vergelijkbaar: onwaarschijnlijk goed. Meermaals bekruipt je de sensatie zélf in een ruimtecapsule te zitten, waar het trouwens niet prettig toeven was. Als sardientjes in een blik. En dan die technologie! Het blik werd nog net niet met plakband bij elkaar gehouden, maar veel scheelt het niet. Wat er in 50 jaar allemaal niet veranderd is. Onvoorstelbaar.

Behalve het camerawerk moet ook de cast genoemd worden. Een topcast met Ryan Gosling als de stoïcijnse Neil Armstrong aan het hoofd. “Hij is in de loop der tijd gekarakteriseerd als een teruggetrokken persoon. Maar dat was hij niet”, zegt Armstrongs oudste zoon Rick over zijn vader. Verre van stoïcijns is Neils vrouw Janet, uitstekend vertolkt door Claire Foy, bekend van haar rol als Queen Elizabeth II in de dramaserie The Crown. Terwijl Neil ‘gewoon’ met z’n werk bezig is, moet Janet haar zenuwen in bedwang zien te houden. Mark Armstrong: “Mijn moeder had alle zorgen, maar geen enkele controle.”

Aangedaan en met sterretjes in de ogen verlaat ik de bioscoopzaal: First Man is een fantastische biopic. Intens, oprecht. De film toont de zware, van de dood doortrokken aanloop naar het succes van de Apollo 11-missie. Nul sentiment, geen geromantiseer. Oké, op dat ene moment na dan. Het moment waardoor je kunt stellen dat Neil die slordige 385 duizend kilometer wellicht ook heeft moeten afleggen om het verlies van zijn dochtertje Karen een plek te kunnen geven.

 Regie: Warwick Thornton | Duur: 113 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

“Wat voor kans heeft dit land?”, vraagt predikant Fred Smith zich vertwijfeld af in Sweet Country. Hij is de roepende in de woestijn, het enige schaap in een gebied waar wolven de dienst uitmaken. Dat gebied is Centraal-Australië, waar Australische kolonisators de Aboriginals als slaven lieten werken, nota bene op land dat de oorspronkelijke bewoners ervan eerst werd afgepakt.

Sweet Country speelt zich af in 1929 en is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Aboriginal Wilaberta Jack die terecht moest staan voor de moord op een blanke man. In de film overkomt Sam Kelly (Hamilton Morris) hetzelfde. Hij en zijn vrouw Lizzie worden door hun baas Smith (Sam Neil) uitgeleend aan Harry March (Ewen Leslie), een getraumatiseerde ex-soldaat die hen afschuwelijk behandelt. Wanneer Sam zich op een dag bedreigd voelt, escaleert de situatie en komt March om het leven. Sam en Lizzie nemen hierop de benen, maar een posse aangevoerd door sergeant Fletcher (Bryan Brown) achtervolgt het duo dwars door de Australische outback.

Expansiedrift en repressie zijn vaak synoniem aan elkaar. Van die onderdrukking hebben veel witte Australiërs echter geen weet. Thornton, zelf een Aboriginal: “Met deze film praat ik over dingen waarover niet gepraat wordt.” Door de ogen van Sam Kelly krijg je dan ook een bittere geschiedenisles op je bordje. Zo bitter dat men in Adelaide na de film met stomheid was geslagen, getuigde filmcriticus David Stratton achteraf. “A stunned silence.”

Een klassieke western is Sweet Country niet, alhoewel hij er meerdere kenmerken van heeft: cowboys, een stoffig dorpje, een kroeg, drank, verbaal en fysiek machtsvertoon. En niet te vergeten het ontzagwekkende landschap van Australië, beeldschoon gefilmd door Thornton en zijn zoon Dylan River. Maar wat het meest opvalt is dat de film geen muziek heeft, op het Peace in the Valley van Johnny Cash onder de aftiteling na; een rendez-vous tussen ironie en verlangen. “Ik wil dat je gaat luisteren naar de woestijn”, licht Thornton zijn keuze toe.

Geen spoortje heroïek in het aangrijpende Sweet Country, dat Thorntons eigen volk niets nieuws leert. “Maar wellicht steekt de rest van Australië er iets van op,” zegt de regisseur die in 2009 doorbrak met het qua thematiek vergelijkbare Samson and Delilah, en die het christendom ziet als een virus dat de stokoude Aboriginalcultuur in een oogwenk uitroeide. Allesbehalve sweet.

 Regie: Steven Spielberg | Duur: 116 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

Drievoudig Oscarwinnares Meryl Streep was duidelijk in haar Golden Globes-speech vorig jaar: “We need the principled press to hold power to account, to call him on the carpet for every outrage.” Voegt ze in de biopic The Post daad bij woord? Ze speelt Katharine Graham, die in 1971 als eerste vrouwelijke uitgever van The Washington Post voor een enorm dilemma wordt gesteld.

The Post begint met gevechten in het Zuid-Vietnamese Hau Giang. Defensieanalist Daniel Ellsberg stelt vast dat er weinig vooruitgang in de strijd zit en brengt minister van Defensie Robert McNamara hiervan op de hoogte. Maar terug in Amerika liegt McNamara de pers voor, waarop Ellsberg geheime documenten uit het Pentagon steelt en deze doorspeelt aan The New York Times.

Zondag 13 juni 1971. Op de voorpagina pakt The Times uit met Amerika’s langdurige, moeizame en grotendeels voor het volk verzwegen anticommunistische campagne in Indochina. Het Witte Huis, waar president Richard Nixon op dat moment de scepter zwaait, verbiedt hierop om nog langer geheime overheidsdocumenten over de oorlog te openbaren. Hoofdredacteur Ben Bradlee (Tom Hanks) legt zich hier echter niet bij neer.

Persvrijheid of nationale veiligheid? De kwestie is heikel, de timing zeer beroerd. De krant heeft namelijk net de beursgang gemaakt; zullen investeerders afhaken als Nixon daadwerkelijk aan de schandpaal wordt genageld? Daarnaast riskeren Graham en Bradlee een forse celstraf, en zou publicatie tevens het einde kunnen betekenen van het imperium dat The Washington Post is.

De vertolkingen in The Post zijn prachtig. Streep, voor de 21ste (!) keer genomineerd voor een Oscar, is formidabel als de innemende Kay die zich in het door mannen gedomineerde nieuwswereldje fier staande houdt. Ze krijgt ferm tegenspel van Hanks, die Ben Bradlee overigens persoonlijk kende. De dialogen tussen de twee Hollywoodiconen vormen dan ook het merg van de film.

Anderzijds is een scherpe kanttekening op z’n plaats: de kijker leert helemaal niets over de Pentagon Papers zelf. Spielberg brengt de onderzoeksjournalistiek van toen op nostalgische wijze in beeld, maar zijn film haalt het niet bij All the President’s Men (1976), waarin journalisten Woodward en Bernstein met bloed, zweet en tranen de ins en outs van de Watergate-affaire boven tafel weten te krijgen. Waarheidsvinding is immers geen romantische aangelegenheid; het spannende maar inhoudelijk vlakke The Post doet je dat iets te veel geloven.

 

 Regie: Stephen Frears | Duur: 111 minuten | Taal: Engels, Urdu & Hindi | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Judith Olivia Dench (1934) speelde in meerdere films de rol van koningin. Voor haar vertolking van Queen Elizabeth in Shakespeare in Love (1998) won ze zelfs een Oscar. Een jaar eerder was ze te bewonderen als Queen Victoria in Mrs Brown, een film die raakvlakken vertoont met Victoria & Abdul.

Het is 1887. De jonge Indiase klerk Abdul Karim reist af naar Engeland om mee te werken aan de viering van het jubileum van koningin Victoria (Judi Dench). De klik tussen haar en Abdul resulteert in een bijzondere vriendschap. Maar Victoria’s hofhouding ziet hun innige relatie met lede ogen aan en stelt alles in het werk om die te verbreken.

In Victoria & Abdul speelt Dench de op een na langst regerende monarch in de Britse geschiedenis. Het is vooral dankzij haar dat de film vlot wegkijkt. Niemand die zo schitterend nijdig kan prikken met de ogen als zij. De principiële lady neerzetten, dat gaat de actrice prima af. Ze speelt een grillige Victoria die zucht onder het juk van haar ambt. En die fel gekant is tegen discriminatie. Klopt dat laatste wel? Niet volgens de Britse pers die regisseur Stephen Frears (The Queen, 2006) betichtte haar als een soort Gandhi af te schilderen.

Ali Fazal speelt Karim, een moslim uit Agra. Brutaal zoekt hij oogcontact met de vorstin wanneer hij haar een ceremoniële munt moet overhandigen. Van nederige bediende groeit de exotische gast in no time uit tot haar munshi (spiritueel leraar). De aantrekkelijke Fazal speelt aardig, maar opereert voortdurend in de schaduw van zijn kreupele soulmate.

Terwijl Victoria helemaal opleeft, zaagt de snobistische aristocratie, onder aanvoering van Victoria’s zoon Bertie (Eddie Izzard), aan haar stoelpoten. Eerst subtiel, later op ronduit schaamteloze wijze. Victoria plooit echter niet. Machtig is de scène waarin ze Bertie en haar voltallige huishouding in niet mis te verstane bewoordingen de oren wast.

Historici zullen zich wellicht ergeren aan het geromantiseerde Victoria & Abdul, dat gebaseerd is op Abduls in 2010 ontdekte dagboeken. Niettemin oogt de film technisch verzorgd, zijn de kostuums prachtig en is Victoria’s gang richting het “eeuwige banket” een ontroerend besluit van een stijlvol Brits drama waarin Judi Dench heerst. Letterlijk en figuurlijk.

 Regie: Christopher Nolan | Duur: 106 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar

Camera

Het begon met een telefoontje van producer Jake Meyers (The Revenant, 2015) naar zijn Nederlandse collega Erwin Godschalk. Hij belde namens regisseur Christopher Nolan die op zoek was naar een geschikte locatie voor zijn oorlogsdrama Dunkirk. Het aan het IJsselmeer gelegen Urk viel bij Nolan in de smaak, waarna een Hollywood-tsunami het vissersdorp overspoelde. Dat er in de kerkgemeente niet in het weekend, laat staan op zondag gedraaid mocht worden, was geen probleem. Goddank.

Dunkirk vertelt de gebeurtenissen die zich eind mei 1940 afspelen in de Noord-Franse havenstad Dunkerque. Honderdduizenden Britse en Franse soldaten worden op dat moment door de van alle kanten oprukkende Duitsers richting zee gedreven. Er zit niets anders op dan de troepen te evacueren; een mega-operatie die de geschiedenis zou ingaan als het ‘Wonder van Duinkerke’.

Spektakel, daar lust Christopher Nolan wel pap van. Denk aan Inception (2010) en Interstellar (2014). En Dunkirk dan? Welnu, fasten your seatbelts! De film is gedraaid op IMAX, met camera’s zo massief als een blokkendoos. De uitdaging om daarmee ook handheld te kunnen filmen bleek een kolfje naar de hand van cinematograaf Hoyte van Hoytema, die sensationeel beeldmateriaal heeft geschoten. Talrijke close-ups katapulteren de kijker tot op de huid van de personages. De beleving wordt nog heftiger door de geraffineerd bewerkte soundtrack en geluidseffecten van gigant Hans Zimmer, die zijn voorkeur voor ‘crescendo’ (geleidelijke toonversterking) nog maar eens onderstreept. Een slordigheidje is dat zijn muziek soms verzuipt in het overvloedige achtergrondgeluid.

Drie verhaallijnen (de strijd op de grond, in de lucht en op het water), omlijst door audiovisueel machtsvertoon. Adembenemend, maar een echt plot is er niet en bovendien mist de film een protagonist. Had de focus niet wat meer op de personages moeten liggen? Van het trio topacteurs Tom Hardy, Cillian Murphy en Mark Rylance krijgt alleen de laatste de kans zich te onderscheiden. Geflankeerd door zijn zoons Peter en George dirigeert de kapitein zonder veel woorden te bezigen. Een rol die de charismatische Rylance fantastisch invult.

Intens, intenser, Dunkirk: aan zweethanden of hartkloppingen valt nauwelijks te ontkomen tijdens Nolans docu-achtige blockbuster die alom met veel enthousiasme is onthaald. En die het vredige Urk op de filmkaart heeft gezet. Is het volgende Urker sprookje de bouw van een heuse bioscoop in het dorp?

 Regie: Pablo Larraín | Duur: 100 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Op vrijdag 22 november 1963 wordt de Amerikaanse president John Fitzgerald Kennedy in Dallas (Texas) vermoord tijdens een rondrit in een open limousine. First lady Jackie Kennedy zit naast hem op het moment dat een kogel zijn schedel verbrijzelt. Om zijn afschuwelijke dood in een sociaal-historische context te plaatsen, nodigt ze amper een week later een journalist uit. Het interview is de leidraad binnen Jackie, een voortreffelijke filmbiografie van de Chileense cineast Pablo Larraín met Natalie Portman in de glansrijke hoofdrol.

Volmaakt authentiek zet de actrice (1981) een presidentsvrouw neer die van de hemel in de hel belandt. In de hemel is ze de gracieuze dame die het Witte Huis tot een bolwerk van smaak verheft. Fantastisch is de manier waarop de makers haar fameuze Tour of the White House (1961) hebben weten na te bootsen; bewonder haar statige tred en zangerige dictie waarmee ze televisiekijkend Amerika door de vertrekken loodst. Een totaal andere Jackie zien we in de hel: haar strakke gezicht weerspiegelt dan een en al ongeloof, bitterheid en verdriet. Juist omdat de camera haar dicht op de huid zit, staat of valt alles met mimiek en timing. Beide zijn subliem.

Behalve Portmans monumentale spel heeft de film nog veel meer te bieden. Het tot in de puntjes verzorgde kostuumdesign en de Oscarwaardige soundtrack van Mica Levi bijvoorbeeld. Verder zien we een solide Peter Sarsgaard als Bobby Kennedy (een broer van), Greta Gerwig als de lieve Nancy (vriendin van Jackie), en niet te vergeten: de laatste acteerzuchtjes van John Hurt. In gesprek met Jackie neemt hij de diepzinnigste quote uit de film voor zijn rekening.

Jackie is een overdonderende filmbelevenis waarin je door de ogen van Natalie Portman, hypnotiserend goed, de aanslag en de onwerkelijke dagen erna beleeft, tot en met de begrafenis op 25 november 1963. De 34-jarige weduwe stond erop haar grote liefde de eer te bewijzen die hem toekwam. En dus kreeg John F. Kennedy een uitvaart à la Abraham Lincoln. Vier dagen later zou ze haar verhaal doen in Hyannis Port, de thuishaven van de Kennedy’s. Het was de dag waarop een mythe werd geboren die de staatsman moest vereeuwigen: “Don’t let it be forgot, that once there was a spot, for one brief shining moment that was known as Camelot.”

 Regie: Steven Spielberg | Duur: 142 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar

Camera

De atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, in augustus 1945, vormden de inleiding tot de Koude Oorlog (1945-1989), een periode van gewapende vrede tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. De spionagethriller Bridge of Spies van grootmeester Steven Spielberg speelt zich af op het hoogtepunt ervan, tussen 1957 en 1962.

De film vertelt het waargebeurde verhaal van James B. Donovan (Tom Hanks). De advocaat uit New York, gespecialiseerd in verzekeringsclaims, wordt gevraagd om de verdediging van Sovjet-spion Rudolf Ivanovich Abel (Mark Rylance) op zich te nemen. Dankzij Donovan ontloopt Abel de elektrische stoel, maar moet hij wel 30 jaar lang achter de tralies. Dan belandt in mei 1960 de Amerikaanse U-2-piloot Francis Gary Powers in Russische handen. Hierop stuurt de CIA Donovan naar Oost-Berlijn om te onderhandelen over een gevangenenruil.

Belangen staan centraal in Bridge of Spies: die van twee grootmachten verwikkeld in een informatie-oorlog. Hanks is degelijk in zijn rol van betrouwbare raadsman die handelt conform de Amerikaanse grondwet. ‘Standup-guy’ Donovan houdt vast aan zijn overtuiging dat Abel, staatsvijand of niet, recht heeft op een eerlijk proces. Hij trotseert publieke verontwaardiging, afkeuring, ja zelfs intimidatie. Maar na Berlijn, waar hij zich een behendige diplomaat toont, keert hij glorieus terug op Amerikaanse bodem.

De hoofdrol is voor Hanks, een glansrol is weggelegd voor Rylance. De Britse acteur ontving een Oscar voor zijn voortreffelijke optreden als ijzig kalme kunstenaar-spion. “Would it help?”, is zijn standaardantwoord op Donovans vraag of hij zich (geen) zorgen maakt. Net als Donovan wenst Abel zich niet te verschuilen en spreekt er humaniteit uit zijn manier van doen. De samenwerking tussen de twee gelijkgestemden geeft de formele relatie advocaat-cliënt hoe langer hoe meer het aanzien van een voorzichtige vriendschap. Een gegeven dat de roerige ontwikkelingen een fijne toets geeft.

Bridge of Spies is een zeer boeiende, lekker langzaam gefilmde inkijk in een muurvast conflict dat het politieke wereldtoneel bijna een halve eeuw bepaalde. Daarnaast past de film binnen het actuele debat rondom een lastig thema, namelijk de frictie tussen veiligheid en vrijheid. Kan ‘Big Brother’ – een noodzakelijk kwaad? – beide waarborgen zonder ze tegelijkertijd te ondermijnen?

Bridge of Spies

 Regie: Simon Curtis | Duur: 109 minuten | Taal: Engels & Duits | Kijkwijzer: 12 jaar

Camera

Gerechtigheid is onbetaalbaar. Dat is één van de vaststellingen in het op ware feiten gebaseerde Woman in Gold met Helen Mirren (1945) in de hoofdrol. De Britse actrice speelt een Joodse dame op leeftijd (Maria Altmann) die vecht voor haar gelijk. “Op z’n minst zouden we herenigd moeten worden met wat ons rechtmatig toebehoort”, aldus Altmann, die vanwege het naderende naziregime naar Amerika vluchtte.

Behalve de systematische vernietiging van Joden tijdens WO II (de Holocaust) hebben de nazi’s zich ook op grote schaal schuldig gemaakt aan kunstroof. Maria weet er alles van. Haar oom gaf de Oostenrijkse schilder Gustav Klimt (1862-1918) de opdracht een portret van haar tante Adèle te schilderen, een werk dat hij in 1907 voltooide. Jaren later, terwijl een gehersenspoeld Wenen in de greep van het antisemitisme is, wordt het ‘Portret van Adèle Bloch-Bauer I’ door de nazi’s van de muur in Maria’s huis geplukt. Om het vervolgens te verkopen aan de Galerie Belvedere te Wenen.

De ontwikkelingen in Woman in Gold volgen elkaar snel op waardoor het even duurt eer de vonk overslaat. Dat die overslaat is te danken aan Helen Mirren als een deftige, eigengereide tante met een pittig gevoel voor humor. Ze doet een beroep op de jonge advocaat Randy Schönberg (Ryan Reynolds) wiens roots ook in Oostenrijk liggen. De opmerkelijke tandem – echt spetteren tussen hen doet het niet – stuit op vele (juridische) obstakels die de restitutie van de ‘Mona Lisa van Oostenrijk’ in de weg staan. Gelukkig worden ze bijgestaan door onderzoeksjournalist Hubertus Czernin (Daniel Brühl in een aardige bijrol). Interessant wordt het verhaal wanneer Maria terugkeert naar Wenen waar haar herinneringen aan een pijnlijk verleden wachten. Aangrijpend is de scène waarin de jonge Maria (Tatiana Maslany) gedwongen afscheid neemt van haar ouders.

Woman in Gold is een degelijk drama over de moeizame reünie van een pronkstuk met haar erfgename. Bovendien appelleert Simon Curtis’ film aan ons historisch besef. Een besef dat gaandeweg afbrokkelt. Misschien is dat gegeven net zo verwerpelijk als menselijk leed dat voortkomt uit (collectieve) haat.

Woman in Gold