Regie: David Lowery | Duur: 93 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Het maakt niet zoveel uit of hij de goeierik of slechterik speelt. Dat zal ongetwijfeld door zijn charme komen; die prikt immers door elke laag heen. Ik heb het over Robert Redford, met wie ik kennismaakte in Out of Africa (1985), de film die mijn destijds nog grasgroene innerlijk in lichterlaaie zette. Met The Old Man & the Gun sluit de 82-jarige acteur zijn indrukwekkende acteercarrière af. Een gedenkwaardig afscheid is het echter niet.

In The Old Man & the Gun vertolkt Redford Forrest Tucker, een bankovervaller die de pensioengerechtigde leeftijd al lang en breed is gepasseerd, maar de kneepjes van het vak nog niet is verleerd. Als hij in Jewel (Sissy Spacek) de vrouw van zijn dromen ontmoet, lijkt zijn leven compleet. Maar dat is buiten de jonge detective John Hunt (Casey Affleck) gerekend, die een klopjacht begint op Forrest en zijn handlangers.

Het snorrentijdperk, begin jaren 80 van de vorige eeuw. Forrest leidt een driekoppige roversbende. Alhoewel: van roversbende kun je amper spreken. Het kopstuk krijgt assistentie van leeftijdsgenoten Waller (Tom Waits) en Teddy (Danny Glover), maar om nu te zeggen dat de bejaardenbrigade echt tot de verbeelding spreekt, nou nee. Het verhaal is daarbij erg gericht op Forrest. Hij berooft solo (Waller en Teddy zijn feitelijk twee overbodige personages) en doet dat steevast met een vriendelijke glimlach op het gezicht. Het pistool dat hij steeds vluchtig tevoorschijn tovert, heeft vooral een symbolische betekenis.

Heel even dreigt de film leuk te worden, wanneer Redford en Affleck voor het eerst oog in oog staan met elkaar. Er volgt een aardige dialoog tussen de mannen (een van de weinige in de film), maar daar blijft het vervolgens bij. Want Hunt, op wie het leven zwaar drukt, gaat al snel door de knieën voor Forrest – hoe voorspelbaar. En ook Spacek geeft Redford nauwelijks tegengas. Beiden verdrinken van meet af aan in elkaars ogen. Twee oudjes die er lekker op los flirten; dat is nog het leukste aan The Old Man & the Gun.

Dat de kijker het nimmer moge vergeten: Robert Redford is een gentleman in optima forma. Maar The Old Man & the Gun, een misdaadkomedie die overigens op ware feiten is gebaseerd, kun je met de beste wil van de wereld geen eerbetoon aan de acteerlegende noemen. Suf plot, loom acteerwerk, loungemuziekje als soundtrack: de film heeft de amusementswaarde van een potje zomeravondvoetbal.

 

 Regie: Alejandro González Iñárritu | Duur: 124 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Heeft de mens een vrije wil, of worden we geleid door een hogere macht? Regisseur Alejandro González Iñárritu (The Revenant, 2015) maakte met 21 Grams een hartverscheurend enigma rondom die kwestie. Snapt u er na twintig minuten nog steeds geen snars van? Eerlijk gezegd was ook deze filmveelvraat het spoor prettig bijster.

‘Faith’ en ‘Jesus Saves’. Die woorden prijken op de auto van Jack Jordan (Benicio Del Toro). “Jesus gave me that truck. And it’s He who gives and He who takes away.” Dat zal hij geweten hebben. Zijn adoratie van en dienstbaarheid jegens Onze-Lieve-Heer zijn later als sneeuw voor de zon verdwenen. “I did everything He asked me to do! I gave Him my life, and He betrayed me.”

Dat verraad hangt samen met een tragisch ongeluk waardoor drie mensen die elkaar niet kennen met elkaar verstrengeld raken. Het is dé gebeurtenis in de film, waarbij aangetekend moet worden dat 21 Grams niet zozeer om de feiten draait, als wel om de emotionele gevolgen ervan. Want door het ongeluk nemen de levens van de doodzieke wiskundeleraar Paul Rivers (Sean Penn), Christina Peck (Naomi Watts) en Jack een drastische wending.

“Sommige gebeurtenissen zijn onvermijdelijk, maar niet echt voorspelbaar,” stelt Iñárritu. Inderdaad dekt toeval niet ieder gebeuren. Dat gegeven is de rode draad van 21 Grams, waarin de factor tijd niet ter zake doet. Immers, lijkt de klok niet stil te staan wanneer zich plots iets zeer heftigs voordoet? Het verhaal steekt dan ook niet-chronologisch in elkaar. En juist dat maakt de film zo verhalend, zo intens. Pas aan het eind, wanneer de puzzel is gelegd, kun je de afzonderlijke stukjes labelen. De gekozen vertelwijze, van de hak op de tak, verheft het soapachtige plot tot iets buitengewoon krachtigs.

Het acteerwerk is daarbij meesterlijk. Jack – wat een schitterend doorleefde expressie heeft Del Toro toch – doet zich voor als een discipel. Maar de ex-bajesklant verkondigt zo geforceerd Jezus’ woord dat hij zijn naasten meer schade berokkent dan helpt. En dus wordt hij kiezelhard tot de orde geroepen. Na het ongeluk vreten spijt en woede hem op, om uiteindelijk in zelfdestructief gedrag te vervallen. Woedend en destructief is ook de ‘geamputeerde’ Christina. Watts laat zien een uitstekende actrice te zijn. Gelukkige huismoeder, hoopje ellende in shock, spuwende vulkaan: wat een power legt ze in elk van die rollen!

Eenentwintig gram. Naar men zegt het gewicht van onze ziel. Zo vederlicht is de rollercoaster 21 Grams absoluut niet. Sterker, het is een zwaargewicht binnen het dramagenre. Een film over schuld, vergiffenis en verlossing die aankomt als een mokerslag. Iñárritu: “Grote gebeurtenissen moeten we gewoon ondergaan.” Vrije wil? Nee, hoogstens een vrije keus.

 

 Regie: Warwick Thornton | Duur: 113 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

“Wat voor kans heeft dit land?”, vraagt predikant Fred Smith zich vertwijfeld af in Sweet Country. Hij is de roepende in de woestijn, het enige schaap in een gebied waar wolven de dienst uitmaken. Dat gebied is Centraal-Australië, waar Australische kolonisators de Aboriginals als slaven lieten werken, nota bene op land dat de oorspronkelijke bewoners ervan eerst werd afgepakt.

Sweet Country speelt zich af in 1929 en is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Aboriginal Wilaberta Jack die terecht moest staan voor de moord op een blanke man. In de film overkomt Sam Kelly (Hamilton Morris) hetzelfde. Hij en zijn vrouw Lizzie worden door hun baas Smith (Sam Neil) uitgeleend aan Harry March (Ewen Leslie), een getraumatiseerde ex-soldaat die hen afschuwelijk behandelt. Wanneer Sam zich op een dag bedreigd voelt, escaleert de situatie en komt March om het leven. Sam en Lizzie nemen hierop de benen, maar een posse aangevoerd door sergeant Fletcher (Bryan Brown) achtervolgt het duo dwars door de Australische outback.

Expansiedrift en repressie zijn vaak synoniem aan elkaar. Van die onderdrukking hebben veel witte Australiërs echter geen weet. Thornton, zelf een Aboriginal: “Met deze film praat ik over dingen waarover niet gepraat wordt.” Door de ogen van Sam Kelly krijg je dan ook een bittere geschiedenisles op je bordje. Zo bitter dat men in Adelaide na de film met stomheid was geslagen, getuigde filmcriticus David Stratton achteraf. “A stunned silence.”

Een klassieke western is Sweet Country niet, alhoewel hij er meerdere kenmerken van heeft: cowboys, een stoffig dorpje, een kroeg, drank, verbaal en fysiek machtsvertoon. En niet te vergeten het ontzagwekkende landschap van Australië, beeldschoon gefilmd door Thornton en zijn zoon Dylan River. Maar wat het meest opvalt is dat de film geen muziek heeft, op het Peace in the Valley van Johnny Cash onder de aftiteling na; een rendez-vous tussen ironie en verlangen. “Ik wil dat je gaat luisteren naar de woestijn”, licht Thornton zijn keuze toe.

Geen spoortje heroïek in het aangrijpende Sweet Country, dat Thorntons eigen volk niets nieuws leert. “Maar wellicht steekt de rest van Australië er iets van op,” zegt de regisseur die in 2009 doorbrak met het qua thematiek vergelijkbare Samson and Delilah, en die het christendom ziet als een virus dat de stokoude Aboriginalcultuur in een oogwenk uitroeide. Allesbehalve sweet.

 Regie: Michael Mann | Duur: 170 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Regisseur Michael Mann (1943) zegt over Heat: “This is based on observations. This is based on people I have met, people I’ve known, people I’ve sat with and talked to. Thieves, cops, killers. It’s not derived from other cinema, it’s based on research.” Onderzoek dat uiteindelijk leidde tot een thriller die ruim twintig jaar na dato nog steeds tot de verbeelding spreekt.

Is de film dan een historisch drama? Op en top drama, dat sowieso. En ja, het beste segment uit deze klassieker grijpt terug naar de ontmoeting die rechercheur Chuck Adamson had in 1963. In een koffietentje in Chicago zat hij toen oog in oog met beroepscrimineel Neil McCauley. Adamson zou later vrienden worden met Mann en hem vertellen over zijn gesprek met McCauley. Heat is het product van die samenloop waarin, geen toeval dus, ene Neil McCauley het kopstuk is van een hecht groepje zware jongens.

Heat is ook de botsing tussen twee giganten in hun gloriedagen: Robert De Niro als de koelbloedige bankovervaller McCauley, en Al Pacino als de flamboyante detective Vincent Hanna. De scène waarin ze elkaar treffen is het plot in een notendop: de heren lijken op elkaar omdat ze beiden compleet opgeslokt worden door hun werk. Ze kunnen niets anders, ze willen ook niets anders. Hun bestaan is strak, leeg en tragisch; een zelfgekozen lijdensweg die Mann ijzersterk in beeld brengt.

De schoonheid van Heat is niet zozeer dat Mann de twee terriërs aan elkaar gelijkstelt, maar dat hij dat doet terwijl de een (Neil) het kwaad vertegenwoordigt en de ander (Vincent) het goede. Mann verenigt die uitersten door van beide tevens de keerzijde te tonen. Uiteraard identificeer je je vrij eenvoudig met Vincent, maar breng je voor Neil gek genoeg de meeste sympathie op. Niet elke schurk is per definitie een slecht mens, waarschuwt Mann. En ook de good guys gaan soms over lijken, wat blijkt uit Vincents catastrofale privéleven.

Script en spel zijn fabuleus, Manns stijl is dat evenzeer. De film is geschoten met een telelens, waardoor de personages als het ware losstaan van de achtergrond. Het kleurgebruik (veel blauwtinten) en de belichting zijn daarbij kenmerkend voor een film noir: kilte en melancholie gaan hand in hand. Heat is een dijk van een misdaadsaga waarin, zoals filmkenner Scott Foundas terecht stelt, “every bullet fired ripples with consequences for both the victim and the trigger man.”

 Regie: Ridley Scott | Duur: 132 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

De inmiddels 88-jarige Christopher Plummer vervangt enfant terrible Kevin Spacey in All the Money in the World. De reshoots (22 scènes in totaal) duurden acht dagen en kostten 10 miljoen dollar. Nog meer productieleed: toen Angelina Jolie en Nathalie Portman bedankten voor de eer om de moeder van John Paul Getty III te spelen, werd Michelle Williams gecast. Of het nu aan de rommelige aanloop ligt of niet, Ridley Scotts film is er een om snel te vergeten.

Oliemagnaat Jean Paul Getty (Plummer) is de rijkste man ter wereld. Wanneer in de zomer van 1973 zijn kleinzoon in Rome wordt gekidnapt door de Italiaanse maffia, eist men 17 miljoen dollar losgeld. Maar de miljardair weigert ook maar één cent te betalen, waarna de familie het afgesneden oor van de jongen ontvangt. Wanhopig om zoonlief te redden, besluit zijn moeder Gail om zelf te onderhandelen met de ontvoerders. Bijgestaan door ex-spion Fletcher Chase (Mark Wahlberg) moet Gail alle zeilen bijzetten om hem te bevrijden.

“Don’t move or we kill you.” Zucht. Het is de zoveelste frase in een misdaaddrama dat geen moment de hooggespannen verwachtingen waarmaakt. Het acteerwerk scoort een zesje. Michelle Williams legt weliswaar gif in haar spel, maar Plummer acteert op de automatische rollator. Pardon, piloot. Hij zet een stierlijk vervelende man neer die geilt op materie en macht, de hele film door. Daarbij onderhouden hij en Gail een moeizame verstandhouding. Waarom?, zo vraag je je af. Als opa’s halsstarrigheid voortkomt uit een vete tussen de twee, dan had ik graag geweten hoe de vork precies in de steel zit. Ten slotte is ook Wahlbergs optreden flauwtjes. Chase is dienaar van Getty en steunpilaar voor de radeloze Gail, maar de intermediair heeft de bravoure van een brave aktetasman.

Plichtmatig spel, futloos script. Zeventien miljoen wordt zeven miljoen, wordt vier miljoen. Echt geloofwaardig zijn de ‘rapitori’ dus niet. En wanneer het lichaam van Getty junior wordt gevonden, blijkt hij het niet te zijn – je meent het! Had scenarist David Scarpa maar een intelligente draai gegeven aan John Pearsons boek, of voor een boeiende ontknoping gekozen. Niets van dat alles: All the Money in the World is verspilde moeite. En weggegooid geld.

 

 

 Regie: Dorota Kobiela & Hugh Welchman | Duur: 94 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 9 jaar 

Camera

Zijn leven was kort en turbulent, zijn dood een mysterie. De in Zundert geboren kunstschilder Vincent van Gogh (1853) blies op 29 juli 1890 zijn laatste adem uit. Pleegde hij zelfmoord omdat hij ruzie had met zijn jongere broer Theo? Of was het een schreeuw om aandacht van een man die snakte naar erkenning? Was het eigenlijk wel zelfmoord? Kijk naar Loving Vincent.

De film speelt zich een jaar na zijn dood af. De met Van Gogh bevriende postbode Joseph Roulin stuurt zijn zoon Armand (Douglas Booth) eropuit om Vincents laatste brief aan Theo te overhandigen. Eindpunt van zijn reis is Van Goghs sterfplaats Auvers-sur-Oise (nabij Parijs), waar Armand tal van dorpelingen treft met elk hun eigen verhaal over de schilder.

Loving Vincent won de publieksprijs op het Internationale Animatie Filmfestival in Annecy. Niet voor niets: de eerste compleet geschilderde film ooit oogt uitzonderlijk fraai. Liefst 125 schilders zijn verantwoordelijk voor de bijna 67.000 frames waaruit de film is opgebouwd. Waarbij men originele elementen heeft toegevoegd uit 77 van Van Goghs schilderijen. Daarnaast werden de acteurs in de film nageschilderd en vervolgens geanimeerd. De stijl van de meester komt zo tot leven.

Een zuivere biografie is Loving Vincent niet. Meer een detective over Van Goghs tragische einde, aangevuld met brokjes informatie over de jeugdjaren van de laatbloeier, zijn talent en carrièrepad. Bovendien was Vincent (Robert Gulaczyk) lang niet zo aimabel als sommige flashbacks doen geloven. Sterker nog: hij was een enorme lastpak voor zijn omgeving. Dat is althans de conclusie van Steven Naifeh en Gregory White Smith. In hun boek uit 2011 rekent het vermaarde Amerikaanse biografenduo keihard af met, zoals kunstcriticus Rutger Pontzen zegt, “het troetelkind van de Nederlandse schilderkunst”.

Van Gogh was een mens waarin een groot vuur woedde, laat daar geen twijfel over bestaan. Maar “niemand komt zich er ooit aan warmen”, jammerde hij in een van zijn vele brieven aan Theo. Hoe het precies kwam dat hij als een geplaagd genie door het leven ging, komt te weinig uit de verf in Loving Vincent, dat tevens een charmant loopje met de werkelijkheid neemt. Het zijn krassen op een kleurrijk eerbetoon aan de postimpressionist die, postuum, tot de vader van de moderne kunst werd uitgeroepen.

Loving Vincent

 Regie: Taylor Sheridan | Duur: 107 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Sensationeel was de bijdrage van Taylor Sheridan aan Sicario (2015) en Hell or High Water (2016). Beide prijswinnende misdaaddrama’s waarvoor hij het scenario schreef. En voor Wind River, zijn tweede film als regisseur, klom hij opnieuw in de pen. “Als ik boos word, begin ik te schrijven.”

Wind River speelt zich af in het gelijknamige indianenreservaat in Wyoming. Hoofdpersoon is de doorgewinterde jachtopziener Cory Lambert (Jeremy Renner) die op een dag het bevroren lijk van een tienermeisje vindt. De FBI zet hierop de onervaren agente Jane Banner (Elizabeth Olsen) op de zaak. Eenmaal ter plekke stelt ze vast dat er sprake is van moord, en opent ze samen met Cory de jacht op de daders.

Wind River is het slotstuk van Sheridans frontier-drieluik. Drie films die zich situeren in een wetteloos stuk niemandsland. “Hier overleef je of geef je het op”, zegt Cory, wiens vondst in de sneeuw een wond openrijt. Jeremy Renner, wat een acteur. Waaghals in The Hurt Locker (2008), wetenschapper in Arrival (2016) en nu, blijkens zijn verdrietige mimiek, een geamputeerde ziel. Maar opmerkelijk genoeg ook de zachtheid zelve. Sterk hoe hij die twee eigenschappen verenigt. Mooi is ook de groeiende band tussen hem en Jane. De stadse dame (een kranige Olsen) beseft nauwelijks in welke beerput ze terecht is gekomen. Maar net als FBI-agente Kate in Sicario recht ze de rug en toont ze zich een professional.

Wind River grijpt je aan, is mooi gefilmd, maar overweldigt minder dan Sicario en Hell or High Water. Dat is niet zozeer te wijten aan het plot, als wel aan twee andere zaken: de gemiddelde shotlengte houdt niet over (veel cuts, dus veel onrust) en de soundtrack stelt nogal teleur. Ja, het menselijk lijden in het godvergeten reservaat is onmiskenbaar. Maar opdat drama echt door merg en been gaat, moet de muziek van een zwaarder kaliber zijn.

Misdaadthrillers als eyeopeners voor maatschappelijke misère. Met het harde Wind River kaart Sheridan de problematiek aan van de als paria’s levende indianen. “Als er een inheems-Amerikaanse vrouw verdwijnt, wordt dat niet geregistreerd”, is de onthutsende mededeling aan het eind van de film. Inderdaad om woedend van te worden.

 Regie: Tom Ford | Duur: 116 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Peinzend zit kunsthandelaar Susan Morrow (Amy Adams) te wachten aan een tafeltje in een restaurant. Had ze voorheen haar hart gevolgd en was ze niet gezwicht voor gekrakeel in de kop, dan had de wereld er nu anders uitgezien. “I panicked and I did something horrible to him”, biecht ze eerder in de film op. Die ‘him’ is schrijver Edward Sheffield. Negentien jaar na hun breuk stuurt hij zijn ex-vrouw Susan het manuscript van zijn nieuwe roman toe: Nocturnal Animals. Een roman over het trieste lot dat Tony Hastings, zijn vrouw en dochter treft.

Edwards aangrijpende verhaal is een zwachtel om zijn gebroken hart, maar vooral een metafoor voor wat Susan hem toen heeft aangedaan. Kijk je de film slechts één keer, dan ontgaat je dat laatste waarschijnlijk. Maar bij de tweede of derde keer blijkt het schijnbaar raadselachtige Nocturnal Animals op zeer doordacht denkwerk te berusten. Schakelend tussen feit en fictie, en tussen heden, verleden en toekomst soldeert regisseur Tom Ford drie verhaallijnen tot een fascinerende legering. Door subtiel met kleur en licht te spelen voegt hij bovendien een paar significante details toe. Als voorbeeld de flashback waarin Susan, gelegen op een roodfluwelen bank, zich kritisch uitlaat over Edwards werk. Niet toevallig is het ook een roodfluwelen bank die voor altijd in Tony’s geheugen gegrift zal staan.

Het verdraaid intelligente plot gaat samen met groots acteerwerk. Jake Gyllenhaal is goed als romanticus Edward, en echt fantastisch als de door verdriet, spijt en woede gekliefde Tony. Hij en inspecteur Bobby Andes (een meesterlijke Michael Shannon) vormen een op gerechtigheid azend duo dat maling heeft aan de wet. Maar met stip op één staat Aaron Taylor-Johnson. De Britse acteur kruipt afgrijselijk sterk in de huid van de gewetenloze schooier Ray Marcus; een personage dat je met plezier zou willen wurgen.

De pen spreekt boekdelen in Nocturnal Animals, een psychologische wraakthriller die opperste concentratie en een scherp oog vraagt. De film nagelt je aan de bank, alhoewel het einde behalve droevig ook een tikkeltje onbevredigend is. Had Edward zijn trots niet beter opzij kunnen zetten? Vraagt deze verstokte dromer zich af, die ooit een schitterend verhaal schreef voor zijn grote liefde.

 Regie: David Mackenzie | Duur: 102 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Hell or High Water eindigt met de ontmoeting tussen sheriff Marcus Hamilton (Jeff Bridges) en Toby Howard (Chris Pine). Wetende dat hij en zijn broer Tanner een serie bankovervallen op hun naam hebben staan, vraagt Hamilton hem naar hun motieven. Toby’s antwoord zegt alles over de teneur in deze voor vier Oscars genomineerde neo-western, die zich afspeelt in het droefgeestige West-Texas.

De twee onafscheidelijke broers hebben het specifiek gemunt op kleine vestigingen van de Texas Midlands Bank. Wel gaan ze daarbij zo ethisch mogelijk te werk. De zaken verlopen voorspoedig, totdat bijna-pensionado Hamilton zich in de zaak vastbijt.

Toby is het brein achter hun strooptocht, ex-bajesklant Tanner (een geweldige Ben Foster) deelt de lakens uit. De emotioneel beschadigde bloedverwanten hebben een haat-liefdeverhouding waarbij Tanner, een onruststoker die kickt op adrenaline, de veel introvertere Toby tot wanhoop drijft. Zelden zijn de tegenpolen het met elkaar eens, met fantastische woordenwisselingen tot gevolg.

Over tegenpolen gesproken. Ook Marcus en de halfindiaanse Alberto (Gil Birmingham) verdienen dit predicaat. De roestig bewegende Bridges – zijn binnenmondse accent is schitterend – speelt de doorgewinterde autoriteit, Birmingham zijn tegensputterende kompaan. De twee nemen elkaar regelmatig op de hak, wat een paar heerlijke oneliners oplevert. “Soms vindt ook een blind varken een truffel” is wel de beste.

Het plot van de film zit ‘m in de titel. ‘Come to hell or high water’ wil zeggen dat je alles uit de kast haalt om iets gedaan te krijgen, hoe zwaar je dat ook valt. Daarnaast verwijst hij naar de ‘hell or high water’-clausule in een (lease)contract. Deze bepaling stelt dat de betalende partij aan zijn financiële verplichtingen moet voldoen, ongeacht de situatie.

Het prima script van Taylor Sheridan, messcherp acteerwerk en de onvoorstelbaar mooie soundtrack (van gevoelig tot rauw) zijn de sterkste componenten van Hell or High Water, een daverende misdaadthriller van de Schotse regisseur David Mackenzie waarin het menselijk drama voortdurend voelbaar is. Drama dat mede te wijten is aan aasgieren als de Texas Midlands Bank. Hamilton beseft dat maar al te goed, waardoor hij en Toby in de slotscène bijna als vrienden afscheid nemen.

 Regie: Paul Verhoeven | Duur: 130 minuten | Taal: Frans | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Voor Elle vertoefde filmmaker Paul Verhoeven (1938) een week lang tussen de Nonnen van Vught. Om zijn Frans op te vijzelen. Die stoomcursus heeft zijn vruchten afgeworpen, want zijn eerste film in tien jaar is een Frans product pur sang dat met veel applaus werd onthaald.

In Elle vertolkt Isabelle Huppert een dame van stand (Michèle Leblanc) die in het nauw wordt gedreven. Aan haar veelzijdige optreden in de film hield de actrice (1953) een Golden Globe en een Oscarnominatie over. Veelzijdig, omdat de frêle Française meerdere rollen in de film speelt. Om te beginnen is ze slachtoffer; in de eerste scène wordt ze thuis namelijk verkracht door een gemaskerde indringer. Elk normaal mens zou hierop aangifte bij de politie doen, maar in plaats daarvan besluit ze zelf achter de dader aan te gaan.

Doorsnee is Michèle dan ook niet, hoewel je dit aan de buitenkant nauwelijks ziet. Direct na de verkrachting gaat ze ijskoud over tot de orde van de dag. Deels uit noodzaak, aangezien haar leven bol staat van de verantwoordelijkheden en zorgen. Behalve directrice van een hip videogamebedrijf is ze ook moeder van een zoon die zijn leven maar moeilijk op de rails krijgt. Daarbij is haar eigen moeder een clownesk figuur en zit haar vader in de cel voor een gruweldaad. Veel personages in Elle zijn dus geestelijk van de leg. Vormt haar aantrekkelijke overbuurman Patrick (Laurent Lafitte) dan een uitzondering? In ieder geval weet hij als enige tot Michèle door te dringen, waarmee hij trouwens direct de geraffineerde verleidster in haar triggert. Het gevolg is een romance die volledig ontspoort wanneer ze op een dag een verbijsterende ontdekking doet.

Elle is een minutieus gemaakte psychothriller waarin Huppert, vloeiend schakelend tussen een rits aan subpersonen, het stralende middelpunt is. Wees voorbereid op de meest bizarre situaties, seksueel expliciete scènes en dialogen die druipen van de zwarte humor. Chapeau voor ‘maître Paul’ die met Elle een sterke comeback maakt.