Regie: Bradley Cooper | Duur: 136 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

December 2011. Een markante dame schuift aan in de talkshow van Ellen DeGeneres. “Je moet gaan acteren”, zegt DeGeneres tegen haar. Met haar potsierlijke haardos en met glitters behangen wenkbrauwen lijkt ze niet van deze wereld te zijn. Is ze na een stuurfoutje per ongeluk met haar schip op onze aardbol beland? Nee hoor. We hebben hier te maken met Stefani Joanne Angelina Germanotta, kortweg Lady Gaga. Gewoon geboren in New York, in 1986. Zangeres, songwriter, pianiste. De ster in het muzikale romantische drama A Star Is Born, de derde remake van de gelijknamige film uit 1937.

A Star Is Born vertelt het verhaal van Jack (Bradley Cooper), een countryzanger in de herfst van zijn carrière. Na een optreden maakt hij in een kroeg kennis met zangeres-songwriter Ally (Lady Gaga), die haar hoop om het in de muziekbusiness te maken bijna heeft opgegeven. De twee worden verliefd op elkaar, maar terwijl Ally’s ster rijzende is, grijpt Jack steeds vaker naar de fles.

Gevestigde naam zet onzeker meisje in de spotlights. Je zou verwachten dat alle ogen dan op Ally zijn gericht, maar de meeste aandacht in herhalingsrecept nummer drie van deze showbizzsoap is opmerkelijk genoeg voor Jack. Nu maakt Bradley Cooper zijn regiedebuut en beschikt hij over een zeer behoorlijke zangstem, maar qua spel legt hij het af tegen Lady Gaga. Niet dat hij slecht acteert, maar Jack roept vooral in het tweede deel van de film irritatie op. Hij zuipt zich klem, laat zijn hoofd hangen en mompelt op den duur meer dan hij praat. Erg jammer dat zijn drankprobleem prominent aanwezig is. Een ware farce is de Grammy-scène waarbij meneer het in z’n broek doet. Nee, niet van het lachen.

Natuurlijk had Lady Gaga het brandpunt van de film moeten zijn. Gevoelig snuitje, mooie ogen, hijskraan van een neus: de androgyne megaster uit de muziekindustrie gaan we hopelijk vaker terugzien op het witte doek. Ze speelt haar eerste hoofdrol alsof Hollywood al jarenlang haar huiskamer is. Vloeiend, naturel. Dat A Star Is Born het aanzien meer dan waard is, komt door Lady Gaga. Overigens: niet alleen het aanzien waard, ook het aanhoren waard. Wat dacht u van het schitterende nummer ‘Shallow’ dat ze samen met Cooper zingt. Slik.

Gemengde gevoelens overheersen als de credits (met te stevige muziek eronder) over het scherm rollen. Aardige film, maar geen hoogvlieger. Daarvoor is het verhaal te uitgekauwd, zelfs wat overtrokken hier en daar. Meeleven met Ally of compassie opbrengen voor Jack? Tussen die twee bivakkeer je gevoelsmatig een groot gedeelte van de ruim twee uur. Moeilijk. Uitgebalanceerd is de film dus niet, waardoor Blik Op Film niet geheel meegaat in de vele loftuitingen voor A Star Is Born, en met drie sterren een toontje lager zingt.

 Regie: Sebastián Lelio | Duur: 114 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

De mens is het enige schepsel met een vrije keus. Een betrekkelijk gegeven, blijkt uit Disobedience waarin Oscarwinnares Rachel Weisz (Londen, 1970) oog in oog staat met de Canadese Rachel McAdams (The Notebook, 2004). Rachel versus Rachel. De actrices halen het beste in elkaar naar boven in Sebastián Lelio’s eerste Engelstalige film naar de gelijknamige roman van Naomi Alderman.

Ronit Krushka (Weisz) is een fotografe die woont en werkt in New York. Wanneer ze verneemt dat haar vader, een geliefd rabbijn, plots is overleden, keert ze terug naar de orthodox-joodse gemeenschap in Noord-Londen waaruit ze verbannen was. Het weerzien met haar jeugdvriendin Esti (McAdams) doet echter stof opwaaien binnen de besloten geloofsgemeenschap.

Eén keer eerder troffen Weisz en McAdams elkaar op de filmset, tijdens de opnames voor het niet erg geslaagde To the Wonder (2012). Disobedience is aanmerkelijk beter. De dynamiek tussen de dames is fantastisch, perfect authentiek. Vooral Weisz is een lust voor het oog. Het is alsof ze een pact met de klok is aangegaan; ze wordt alleen maar mooier. Naar haar kijken is heerlijk dwalen door een sprookjesbos. In Disobedience speelt ze Esti’s ‘bevrijder’, de katalysator binnen haar bewustwording. Maar weet Ronit ook zichzélf te bevrijden? Weisz, in gesprek met filmrecensent Peter Travers van Rolling Stone: “Are you really free if you’re running from where you’re from?”

Weinig frivoliteit in Esti’s leven. Arm kind. Geboren en getogen in een gemeenschap waar men elkaar continu in de gaten houdt, aan de bel trekt bij vermeend onraad. Disobedience is ook een film over stille revolte, aangezwengeld door verboden liefde. In vuur en vlam gezet door Ronit verandert muurbloempje Esti namelijk in een vrouw die haar vrijheid claimt. Gunt haar devote echtgenoot Dovid (Allessandro Nivola) haar die ook? De beoogd opvolger van rabbijn Krushka beantwoordt die vraag op meesterlijke wijze tijdens zijn installatierede. Lelio zet zo een kroon op een humaan drama waarin ook Nivola mooi, ingetogen spel laat zien.

Joden wensen elkaar toe dat ze 120 jaar oud mogen worden, verwijzend naar de leeftijd waarop Mozes stierf. Heel nobel, maar wat is een lang leven waard wanneer het je niet wordt toegestaan om je hart te volgen? Disobedience is krachtig, elegant, respectvol. Een drama om te zoenen over de essentie van vrijheid.

 

 Regie: Todd Haynes | Duur: 118 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Hoe vaak je hem ook ziet, telkens weer doet Carol je duizelen. Zalig duizelen. Keer je na de film weer terug op aarde, dan ruik je nog steeds Blanchetts parfum, blijf je als betoverd achter door Mara’s lach. En dan te weten dat Carol niet alleen Cate Blanchett en Rooney Mara is. Bij lange na niet zelfs. Zo spelen Sarah Paulson en Kyle Chandler eveneens voortreffelijk, is de muziek van Carter Burwell prachtig, lik je je vingers af bij Sandy Powells kostuumdesign en is het camerawerk van Edward Lachman een tien plus.

Carol is gebaseerd op de roman The Price of Salt van Amerikaans schrijfster Patricia Highsmith. De film speelt zich begin jaren 50 af in New York, rond Kerstmis. Therese Belivet (Mara) is een meisje van in de twintig dat in een warenhuis werkt. Daar maakt ze op een dag kennis met Carol Aird (Blanchett). Ze krijgen een verhouding, maar wanneer die aan het licht komt, neemt Carols echtgenoot Harge (Chandler) wraak door de voogdij over hun dochtertje aan te vechten.

Ze hebben nog geen woord met elkaar gewisseld, of het vuur tussen de twee vrouwen is al ontstoken: via de ogen, die een romance van zuiver porselein in gang zetten. Beiden wegen hun woorden op een goudschaaltje, hebben een expressie als fijn borduurwerk. Kijk hoe Therese met haast rituele precisie haar theekopje optilt. Hoe ze, nerveus als ze is tijdens de lunch met Carol, haar aankijkt en ongemakkelijk een sigaret rookt. Mara is fantastisch, Blanchett is niet te evenaren. Ze loopt niet maar schrijdt, ze kijkt niet maar slaat gade. Een godin zo krachtig en delicaat tegelijk dat ze eigenlijk niet thuishoort op deze planeet.

Carol, een ‘lesbian lovestory’ in het hol van de leeuw. De door mannen gerunde maatschappij is een significant motief in de film. En die druk is beide dames een molensteen om de nek. Hoe dichter ze elkaar emotioneel naderen, hoe gefrustreerder hun partners. Dus dan maar met z’n tweeën eropuit, is Carols voorstel aan Therese. Tijdens hun roadtrip, het mooiste gedeelte in de film, komt hun liefde tot volle wasdom. Totdat (een plotwending die je voelt aankomen) de naald opeens van de plaat gaat en hun wegen scheiden. Voorgoed?

Duizenden woorden zou ik kunnen wijden aan Carol, een kunststuk dat kennelijk niet als zodanig werd aangemerkt door Hollywood; de film won geen enkele Oscar. Terwijl Todd Haynes’ werk de perfectie voorbij is en er met gemak vijf had kunnen krijgen. Moeten krijgen. Daarom vijf pikzwarte Blik Op Film-sterren voor dit liefdesduet; een ‘Christmas carol’ van uitzonderlijke schoonheid.

 Regie: Ildikó Enyedi | Duur: 116 minuten | Taal: Hongaars | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Half februari gaat de 68ste Berlinale van start. Als die een film zoals On Body and Soul van de Hongaarse regisseur Ildikó Enyedi op de rol heeft staan, is het filmfestival bij voorbaat al geslaagd. “Een klein meesterwerk”, oordeelde de NRC. Laat dat bijvoeglijk naamwoord maar weg.

In het beste geval gaat seks gepaard met liefde. Heel vaak echter blijft die goddelijke symbiose een fata morgana. Misschien wel omdat de mens juist zo op het vleselijke is gericht. Seks als de bekroning van wederzijdse liefde tussen twee mensen is natuurlijk prachtig, maar On Body and Soul gaat allereerst over de connectie op zielsniveau.

Mária (Alexandra Borbély) is werkzaam als kwaliteitscontroleur in een abattoir. Ze valt op omdat ze zich extreem afzondert van haar collega’s; alleen financieel directeur Endre (Géza Morcsányide) zoekt toenadering en weet enigszins tot haar door te dringen. Stilletjes groeit er een band tussen de twee, die verdiept wanneer ze ontdekken dat ze ’s nachts hetzelfde dromen.

Die ontdekking zit door heel de film verweven. Al in het begin zien we hoe een bok (mannetjeshert) zijn oog laat vallen op een hinde, waarmee meteen de link naar de karakters en het plot is gelegd. Want de eveneens introverte Endre tast de autistische Mária, doodsbang als ze is voor fysiek contact, behoedzaam af. De solisten zijn net twee aliens die elkaar de liefde influisteren. Respectvol, geduldig, gracieus. En die liefde wortelt diep, triggert de angst en verscheurt je in geval van afwijzing. “Het is alsof ik doodga. Ik hou zoveel van je”, zegt Endre pal na Maria’s wanhoopsdaad.

Zo zuiver hun liefde, zo wreed het decor waarbinnen zij gestalte krijgt. De beelden in het slachthuis – over vleselijk gesproken – liegen er niet om en contrasteren enorm met de subtiliteiten tussen Mária en Endre, met de sneeuwwitte biotoop van de herten. Een geniale vondst van Enyedi om het verhaal in een dergelijk tweeslachtig en daardoor surrealistisch aandoend kader te plaatsen.

De mens is meer dan alleen vlees en botten, zo laten de sensitieve Mária en Endre zien. Scenario, spel, camerawerk en montage zijn alle weergaloos. On Body and Soul brengt de kijker in hemelse sferen; voert je naar de niet-fysieke dimensie van de liefde. Waardoor dit romantisch drama míjlenver boven vele genregenoten uittorent.

 Regie: Jelle de Jonge | Duur: 98 minuten | Taal: Nederlands | Kijkwijzer: AL 

Camera

Ruim een maand geleden ging Weg van Jou in première en nog steeds trekt de romantische komedie volle zalen. “Meer bezoekers dan Harry Potter en James Bond”, zegt Sander Verdonk van bioscoop CineCity in Terneuzen. Ook in de rest van Nederland doet de film het uitstekend. Succes dat voor het leeuwendeel is te danken aan hoofdrolspeelster Katja Herbers.

Herbers speelt de ambitieuze Evi die helemaal klaar is voor een droombaan in het Braziliaanse Rio de Janeiro. Maar de sambagirl in spe eindigt als mosselmeid: niet het spetterende Rio maar het rustieke Terneuzen is haar nieuwe honk. Ze moet er de aanleg van een zeesluis in goede banen leiden, maar makkelijk gaat dat niet. Want voordat ze de strijd met het water kan aangaan, moet ze eerst de lokale bevolking overtuigen van het nut van de sluis. Bovendien komt ze zichzelf behoorlijk tegen in het Zeeuwse “rampengat”.

Weg van Jou is een beetje de Hollandse variant van Bienvenue chez les Ch’tis (2008), de Franse hitkomedie waarin Philippe, woon- en werkachtig in de Provence, wordt overgeplaatst naar het kille Lille. Herinnert u zich de scène waarin hij de regio Nord-Pas-de-Calais binnenrijdt? Direct na zijn entree komt het met bakken uit de lucht. Hetzelfde gebeurt Evi kort nadat ze het bord Terneuzen is gepasseerd. Toeval of toespeling?

En net als Philippe loopt Evi tegen een taalbarrière aan. Ze mummelen maar wat, die stugge Zeeuwen. Gek wordt ze ervan. Minstens zo hinderlijk is dat ze ook háár niet begrijpen. “Is er een dresscode?” vraagt ze. “Huh?” antwoordt Marloes (Margôt Ros), die best familie van Jomanda zou kunnen zijn. Schipper Stijn (Maarten Heijmans) is wel te verstaan, maar als woordvoerder van het actiecomité tegen de sluis is hij vooral een dwarsligger.

Bolussen, mosselen, boeren, schapen, klei: Weg van Jou stapelt de clichés over Zeeuws-Vlaanderen op, maar steekt er tegelijkertijd lekker de draak mee. Geregeld lig je dan ook dubbel, waarbij de fris acterende Herbers de grootste duit in het zakje doet. Haar prachtig bruine kijkers staan aan het roer van een puntgave expressie; vooral Evi’s verdwaasde blikken zijn bijzonder grappig. Fijn dat kalme zeebonk Stijn de hippe carrièretijger wegwijs maakt. Hoe dat afloopt? Grenzeloze liefde vind je niet zelden om de hoek.

 

 Regie: James Ivory | Duur: 134 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: AL 

Camera

De Brits-Japanse schrijver Kazuo Ishiguro (1954) won onlangs de Nobelprijs voor Literatuur. Eén van zijn romans is het met de Booker Prize bekroonde The Remains of the Day. Regisseur James Ivory (1928) vertaalde het werk naar een drama dat goed was voor acht Oscarnominaties.

“Oh Mister Stevens, I so often think of the good old days when I was the housekeeper at Darlington Hall.” Darlington Hall is het Britse landgoed waar Stevens (Anthony Hopkins) sinds jaar en dag de butler van dienst is. In 1958 wordt het gekocht door de Amerikaanse miljonair Lewis (Christopher Reeve). Wanneer Stevens een brief ontvangt van de voormalige huishoudster Sally Kenton (Emma Thompson), besluit hij haar op te zoeken.

Briljant is de vervlechting van twee verhalen in The Remains of the Day. In het ene probeert Stevens zijn relatie met Sally te herstellen, het andere verhaal is een terugblik op Stevens’ wel en wee op Darlington Hall, dat tijdens de roerige jaren 30 geregeld het middelpunt was van politiek overleg. Het uitmuntende acteerwerk verheft de film tot de Rolls-Royce der romances; met Hopkins aan het stuur en Thompson naast zich.

Stevens’ voorkomen heeft iets tragisch. Behalve dat hij compleet opgaat in zijn werk, in zijn toewijding aan lord Darlington (James Fox), lijkt hij ook gespeend van iedere vorm van emotie. Dat pantser triggert de eenzame Sally. Intuïtief weet ze dat hij een oogje op haar heeft, maar bij elke toenadering vangt ze consequent bot. Weergaloos in dit verband is de boekscène; het hoogtepunt van hun zonderlinge paringsdans. Later, bij hun definitieve afscheid, maakt Stevens zijn eindeloze verweer enigszins goed door zijn hoed voor haar af te nemen. Intens ontroerend zijn ook de symbolische slotsecondes van de film: beeld en muziek vormen een poëtisch palet waar je simpelweg geen genoeg van krijgt.

Wroeging, onderdrukte gevoelens en een verleden dat drukt: zonder dat de gebeurtenissen nou spetterend zijn te noemen, speelt er van alles in The Remains of the Day. En het meeste wordt niet eens in woorden uitgedrukt. “Maar op film is het fantastisch”, zegt Thompson. Omdat de camera fungeert als stem van de psyche in deze ode aan de nostalgie.

 Regie: Michael Showalter | Duur: 120 minuten | Taal: Engels & Urdu | Kijkwijzer: AL

Camera

Op 14 juli waren Kumail Nanjiani en Emily V. Gordon tien jaar getrouwd. Toevallig ook de dag dat in Amerika The Big Sick in première ging. Echt hún film, omdat hij gebaseerd is op het liefdesverhaal van de tortelduifjes, die samen het scenario schreven. Vooral daarom is The Big Sick de meest authentieke romkom in lange tijd, hoe voorspelbaar het plot ook is.

Studente psychologie Emily (Zoe Kazan) en de Pakistaans-Amerikaanse stand-up komiek Kumail leren elkaar kennen tijdens een van zijn optredens, waarna ze een plezante nacht doorbrengen. Ze spreken vervolgens af het bij die ene uitspatting te laten, maar dat pact sneuvelt hopeloos. Toch gaat het mis. Emily komt er namelijk achter dat Kumail zijn relatie met haar verzwijgt voor zijn ouders, die hun zoon liever zien trouwen met een Pakistaanse.

Arme Kumail, man tussen twee vuren. Moederlief moet en zal hem uithuwelijken aan een vrouw van Pakistaanse bloede, en dan verdwijnt Emily ook nog eens van het toneel. Eerst dumpt ze hem, om erna met een zware longinfectie in het ziekenhuis te belanden; het keerpunt in de film. Terwijl een buslading medici zich bekommert om Emily, wijkt Kumail geen moment van haar zijde. Tot irritatie van haar moeder Beth (Holly Hunter) en haar vader Terry (Ray Romano), het grappigste personage van allemaal. De twee vormen een hilarisch duo. Zij is een klein keffertje, hij een verstrooide professor die flink spijt heeft van een slippertje. Heel anders maar net zo levendig is de chemie tussen Kumail en Emily. Terwijl de grapjas het relatief makkelijk heeft omdat hij zichzelf speelt, moet Zoe Kazan echt aan de bak. En dat doet ze met veel elan.

The Big Sick zit vol amoureus gepingpong en droge humor, waarbij Kumails afkomst een bron van kwinkslagen is. Wist u bijvoorbeeld dat cricket in Pakistan een soort religie is? Opmerkelijk is verder dat Amerika’s diepe wond (9/11) ook mikpunt van spot is; Kumails grap hierover mag je gerust als gewaagd betitelen. Het allerbelangrijkste echter? Wanneer aan het eind van The Big Sick alle hobbels zijn benoemd en genomen, verlaat je breed glimlachend de bioscoopzaal.

 Regie: Tom Ford | Duur: 116 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar

Camera

Peinzend zit kunsthandelaar Susan Morrow (Amy Adams) te wachten aan een tafeltje in een restaurant. Had ze voorheen haar hart gevolgd en was ze niet gezwicht voor gekrakeel in de kop, dan had de wereld er nu anders uitgezien. “I panicked and I did something horrible to him”, biecht ze eerder in de film op. Die ‘him’ is schrijver Edward Sheffield. Negentien jaar na hun breuk stuurt hij zijn ex-vrouw Susan het manuscript van zijn nieuwe roman toe: Nocturnal Animals. Een roman over het trieste lot dat Tony Hastings, zijn vrouw en dochter treft.

Edwards aangrijpende verhaal is een zwachtel om zijn gebroken hart, maar vooral een metafoor voor wat Susan hem toen heeft aangedaan. Kijk je de film slechts één keer, dan ontgaat je dat laatste waarschijnlijk. Maar bij de tweede of derde keer blijkt het schijnbaar raadselachtige Nocturnal Animals op zeer doordacht denkwerk te berusten. Schakelend tussen feit en fictie, en tussen heden, verleden en toekomst soldeert regisseur Tom Ford drie verhaallijnen tot een fascinerende legering. Door subtiel met kleur en licht te spelen voegt hij bovendien een paar significante details toe. Als voorbeeld de flashback waarin Susan, gelegen op een roodfluwelen bank, zich kritisch uitlaat over Edwards werk. Niet toevallig is het ook een roodfluwelen bank die voor altijd in Tony’s geheugen gegrift zal staan.

Het verdraaid intelligente plot gaat samen met groots acteerwerk. Jake Gyllenhaal is goed als romanticus Edward, en echt fantastisch als de door verdriet, spijt en woede gekliefde Tony. Hij en inspecteur Bobby Andes (een meesterlijke Michael Shannon) vormen een op gerechtigheid azend duo dat maling heeft aan de wet. Maar met stip op één staat Aaron Taylor-Johnson. De Britse acteur kruipt afgrijselijk sterk in de huid van de gewetenloze schooier Ray Marcus; een personage dat je met plezier zou willen wurgen.

De pen spreekt boekdelen in Nocturnal Animals, een psychologische wraakthriller die opperste concentratie en een scherp oog vraagt. De film nagelt je aan de bank, alhoewel het einde behalve droevig ook een tikkeltje onbevredigend is. Had Edward zijn trots niet beter opzij kunnen zetten? Vraagt deze verstokte dromer zich af, die ooit een schitterend verhaal schreef voor zijn grote liefde.

 Regie: Roger Ross Williams | Duur: 92 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: AL

Camera

Life, Animated is gebaseerd op de bestseller van schrijver en journalist Ron Suskind en was vorig jaar een van de winnaars op het filmfestival Sundance. De documentaire van de Afro-Amerikaanse regisseur Roger Ross Williams gaat over een opmerkelijke episode in het leven van Owen Suskind; de Peter Pan uit de gelijknamige Disney-klassieker.

Ron en zijn vrouw Cornelia zitten met de handen in het haar wanneer hun 3-jarige zoon Owen op een dag ontvoerd wordt. Boeven die losgeld eisen? Massale politie-inzet? Niets van dat alles. Owens verdwijning is geestelijk van aard; de levenslustige hummel houdt namelijk op met praten. Zomaar ineens. Autisme zet een schot tussen hem en de wereld. Jarenlang komt hij niet achter dat schot vandaan, totdat zijn vader de pop Iago (de papegaai uit de Disneyfilm Aladdin, 1992) pakt en in die rol tegen hem begint te praten. En Owen antwoordt.

“Autisten hebben een script nodig”, zegt Ron. De animaties van Disney (van tientallen films kent Owen de teksten uit het hoofd) blijken de sleutel tot een beter begrip van de echte wereld. Zijn sterke identificatie met vooral de ‘sidekicks’ uit de Disneyfilms is geen toeval: ook Owen voelt zich een randpersonage. Een personage dat vroeg of laat op eigen benen zal moeten staan. Ja, communiceren in Disneydialogen bevordert zijn interactie. Maar dat script ook toepassen op complexere zaken is vers twee. Wat heb je aan die Disney-encyclopedie tijdens een sollicitatiegesprek? Of als je vriendinnetje het na jaren plots met je uitmaakt? Een van de meest illustratieve scènes in dit verband is het gesprek over seks tussen Owen en zijn oudere broer Walter.

Interviews met zijn naasten, beeldmateriaal uit het familiearchief en prachtig geanimeerde jeugdtekeningen van Owen zelf: het spraakmakende Life, Animated vertelt het ontroerende coming-of-ageverhaal van een knul met een handicap. Schoorvoetend maar met succes legt hij zijn weg af. Dankzij drie toonbeelden van liefde die niet van opgeven willen weten.

 Regie: Pedro Almodóvar | Duur: 99 minuten | Taal: Spaans | Kijkwijzer: 6 jaar

Camera

Daags voordat hoofdpersoon Julieta (Emma Suárez) met haar geliefde Lorenzo naar Portugal verkast, komt ze in haar woonplaats Madrid Beatriz tegen, ooit de hartsvriendin van haar dochter Antía. Beatriz vertelt haar dat ze Antía in Noord-Italië is tegengekomen. Dat nieuws hakt er flink in bij Julieta die al 12 jaar niets meer van haar enige kind heeft vernomen. Hierop besluit ze een openhartige brief aan Antía te schrijven.

Julieta’s brief zet een lange flashback in gang. Haar pijn zit diep en wortelt in het onvermogen om het plotselinge vertrek van haar dochter te begrijpen. Dat vertrek hangt samen met de noodlottige dood van haar echtgenoot en Antía’s vader Xoan (Daniel Grao). Dat ze hierover nooit echt met Antía (toen nog puber) heeft gepraat, en zich daar voor schaamt, is tot daaraan toe. Spijtiger is dat in deze status-quo geen verandering komt, omdat Julieta’s verwoede pogingen om met Antía in contact te komen vruchteloos blijven. Het gevolg is dat de personages de mond vol hebben over van alles en nog wat, maar ze praten meestal over de ander in plaats van mét de ander.

De gammele kapstok telt een paar fraaie kledingstukken, dat wel. Het acteerwerk, camerawerk en de belichting zijn ruim voldoende. Van de jonge Julieta (Adriana Ugarte) druipt de sensualiteit af; Emma Suárez is sterk als een door hartezeer verscheurde moeder. Verder vallen nog twee dingen op. Ten eerste het gebrek aan enige vorm van humor en daarnaast de dominante rol van de muziek. Niet zozeer de muziek zelf, als wel de frequentie waarmee deze wordt ingezet. Om bloednerveus van te worden.

Uit oud zeer geboren stilte tussen mensen, familieleden voorop, is fnuikend. Zeker als die stilte schreeuwt om doorbroken te worden. Maar doorbroken wordt ze helaas niet in het esthetisch geslaagde maar gortdroge Julieta, een Spaans drama over klassieke thema’s als gemis, spijt en schuld. Aangezien de dialogen peper ontberen en het verhaal zonder ontknoping blijft, sterft de nieuwste film van regisseur Pedro Almodóvar in schoonheid.