Regie: David Lowery | Duur: 93 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Het maakt niet zoveel uit of hij de goeierik of slechterik speelt. Dat zal ongetwijfeld door zijn charme komen; die prikt immers door elke laag heen. Ik heb het over Robert Redford, met wie ik kennismaakte in Out of Africa (1985), de film die mijn destijds nog grasgroene innerlijk in lichterlaaie zette. Met The Old Man & the Gun sluit de 82-jarige acteur zijn indrukwekkende acteercarrière af. Een gedenkwaardig afscheid is het echter niet.

In The Old Man & the Gun vertolkt Redford Forrest Tucker, een bankovervaller die de pensioengerechtigde leeftijd al lang en breed is gepasseerd, maar de kneepjes van het vak nog niet is verleerd. Als hij in Jewel (Sissy Spacek) de vrouw van zijn dromen ontmoet, lijkt zijn leven compleet. Maar dat is buiten de jonge detective John Hunt (Casey Affleck) gerekend, die een klopjacht begint op Forrest en zijn handlangers.

Het snorrentijdperk, begin jaren 80 van de vorige eeuw. Forrest leidt een driekoppige roversbende. Alhoewel: van roversbende kun je amper spreken. Het kopstuk krijgt assistentie van leeftijdsgenoten Waller (Tom Waits) en Teddy (Danny Glover), maar om nu te zeggen dat de bejaardenbrigade echt tot de verbeelding spreekt, nou nee. Het verhaal is daarbij erg gericht op Forrest. Hij berooft solo (Waller en Teddy zijn feitelijk twee overbodige personages) en doet dat steevast met een vriendelijke glimlach op het gezicht. Het pistool dat hij steeds vluchtig tevoorschijn tovert, heeft vooral een symbolische betekenis.

Heel even dreigt de film leuk te worden, wanneer Redford en Affleck voor het eerst oog in oog staan met elkaar. Er volgt een aardige dialoog tussen de mannen (een van de weinige in de film), maar daar blijft het vervolgens bij. Want Hunt, op wie het leven zwaar drukt, gaat al snel door de knieën voor Forrest – hoe voorspelbaar. En ook Spacek geeft Redford nauwelijks tegengas. Beiden verdrinken van meet af aan in elkaars ogen. Twee oudjes die er lekker op los flirten; dat is nog het leukste aan The Old Man & the Gun.

Dat de kijker het nimmer moge vergeten: Robert Redford is een gentleman in optima forma. Maar The Old Man & the Gun, een misdaadkomedie die overigens op ware feiten is gebaseerd, kun je met de beste wil van de wereld geen eerbetoon aan de acteerlegende noemen. Suf plot, loom acteerwerk, loungemuziekje als soundtrack: de film heeft de amusementswaarde van een potje zomeravondvoetbal.

 

 Regie: Damien Chazelle | Duur: 141 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

De reis duurde slechts vier dagen, de voorbereiding kostte jaren. First Man vertelt wat voorafging aan wat velen zien als de meest historische gebeurtenis van de vorige eeuw. Op zondag 20 juli 1969, even na 20.17 uur UTC, ziet de wereld hoe astronaut Neil Armstrong als eerste mens op de maan landt. Zes uur en veertig minuten later zet hij voet op het maanoppervlak: “That’s one small step for (a) man, one giant leap for mankind.”

First Man, gebaseerd op het boek van James R. Hansen, gaat over dat chapiter in het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, en is toegespitst op Armstrong in de periode van 1961 tot 1969. Een welkome trendbreuk is dat de film geen lofzang is. Niet op Amerika, noch op NASA en haar dappere mannen die, Hollywoodiaanse producties piepen en kraken dikwijls onder dat euvel, ter meerdere glorie van de Stars en Stripes daar gaan “where no one has gone before”. Wat verder opvalt is dat de gespannen internationale verhoudingen op dat moment (de Koude Oorlog) een minimale rol spelen. Wel stipt de film de binnenlandse verontwaardiging aan: wat kost het eigenlijk om “witman” naar de maan te schieten? Kunnen die miljarden niet beter aan het collectief besteed worden?

Regisseur Damien Chazelle kiest dus voor relatief weinig ‘achtergrondruis’ in First Man. En hij werkte, in navolging van zijn met liefst zes Oscars bekroonde La La Land (2016), opnieuw samen met tweevoudig Oscargenomineerde Ryan Gosling. Het resultaat is een intiem portret. Ja, de verrichtingen van Armstrong en zijn kompanen zijn groots, maar het is alsof Chazelle die in een etalage plaatst. Van achter glas mogen we die verrichtingen zien, waarbij de focus op de mens en zijn emoties ligt, niet zozeer op zijn daden.

Van achter glas, maar wel door een vergrootglas. Hebt u Dunkirk (2017) gezien? Dan zal First Man u in zekere zin als een déjà-vu voorkomen. Het camerawerk is namelijk vergelijkbaar: onwaarschijnlijk goed. Meermaals bekruipt je de sensatie zélf in een ruimtecapsule te zitten, waar het trouwens niet prettig toeven was. Als sardientjes in een blik. En dan die technologie! Het blik werd nog net niet met plakband bij elkaar gehouden, maar veel scheelt het niet. Wat er in 50 jaar allemaal niet veranderd is. Onvoorstelbaar.

Behalve het camerawerk moet ook de cast genoemd worden. Een topcast met Ryan Gosling als de stoïcijnse Neil Armstrong aan het hoofd. “Hij is in de loop der tijd gekarakteriseerd als een teruggetrokken persoon. Maar dat was hij niet”, zegt Armstrongs oudste zoon Rick over zijn vader. Verre van stoïcijns is Neils vrouw Janet, uitstekend vertolkt door Claire Foy, bekend van haar rol als Queen Elizabeth II in de dramaserie The Crown. Terwijl Neil ‘gewoon’ met z’n werk bezig is, moet Janet haar zenuwen in bedwang zien te houden. Mark Armstrong: “Mijn moeder had alle zorgen, maar geen enkele controle.”

Aangedaan en met sterretjes in de ogen verlaat ik de bioscoopzaal: First Man is een fantastische biopic. Intens, oprecht. De film toont de zware, van de dood doortrokken aanloop naar het succes van de Apollo 11-missie. Nul sentiment, geen geromantiseer. Oké, op dat ene moment na dan. Het moment waardoor je kunt stellen dat Neil die slordige 385 duizend kilometer wellicht ook heeft moeten afleggen om het verlies van zijn dochtertje Karen een plek te kunnen geven.

 Regie: Bradley Cooper | Duur: 136 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

December 2011. Een markante dame schuift aan in de talkshow van Ellen DeGeneres. “Je moet gaan acteren”, zegt DeGeneres tegen haar. Met haar potsierlijke haardos en met glitters behangen wenkbrauwen lijkt ze niet van deze wereld te zijn. Is ze na een stuurfoutje per ongeluk met haar schip op onze aardbol beland? Nee hoor. We hebben hier te maken met Stefani Joanne Angelina Germanotta, kortweg Lady Gaga. Gewoon geboren in New York, in 1986. Zangeres, songwriter, pianiste. De ster in het muzikale romantische drama A Star Is Born, de derde remake van de gelijknamige film uit 1937.

A Star Is Born vertelt het verhaal van Jack (Bradley Cooper), een countryzanger in de herfst van zijn carrière. Na een optreden maakt hij in een kroeg kennis met zangeres-songwriter Ally (Lady Gaga), die haar hoop om het in de muziekbusiness te maken bijna heeft opgegeven. De twee worden verliefd op elkaar, maar terwijl Ally’s ster rijzende is, grijpt Jack steeds vaker naar de fles.

Gevestigde naam zet onzeker meisje in de spotlights. Je zou verwachten dat alle ogen dan op Ally zijn gericht, maar de meeste aandacht in herhalingsrecept nummer drie van deze showbizzsoap is opmerkelijk genoeg voor Jack. Nu maakt Bradley Cooper zijn regiedebuut en beschikt hij over een zeer behoorlijke zangstem, maar qua spel legt hij het af tegen Lady Gaga. Niet dat hij slecht acteert, maar Jack roept vooral in het tweede deel van de film irritatie op. Hij zuipt zich klem, laat zijn hoofd hangen en mompelt op den duur meer dan hij praat. Erg jammer dat zijn drankprobleem prominent aanwezig is. Een ware farce is de Grammy-scène waarbij meneer het in z’n broek doet. Nee, niet van het lachen.

Natuurlijk had Lady Gaga het brandpunt van de film moeten zijn. Gevoelig snuitje, mooie ogen, hijskraan van een neus: de androgyne megaster uit de muziekindustrie gaan we hopelijk vaker terugzien op het witte doek. Ze speelt haar eerste hoofdrol alsof Hollywood al jarenlang haar huiskamer is. Vloeiend, naturel. Dat A Star Is Born het aanzien meer dan waard is, komt door Lady Gaga. Overigens: niet alleen het aanzien waard, ook het aanhoren waard. Wat dacht u van het schitterende nummer ‘Shallow’ dat ze samen met Cooper zingt. Slik.

Gemengde gevoelens overheersen als de credits (met te stevige muziek eronder) over het scherm rollen. Aardige film, maar geen hoogvlieger. Daarvoor is het verhaal te uitgekauwd, zelfs wat overtrokken hier en daar. Meeleven met Ally of compassie opbrengen voor Jack? Tussen die twee bivakkeer je gevoelsmatig een groot gedeelte van de ruim twee uur. Moeilijk. Uitgebalanceerd is de film dus niet, waardoor Blik Op Film niet geheel meegaat in de vele loftuitingen voor A Star Is Born, en met drie sterren een toontje lager zingt.

 Regie: David Kerr | Duur: 88 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

Ooit had ‘rubber face’ Rowan Atkinson (1955) de lachers nadrukkelijk op zijn hand, in de rol van antiheld Mr. Bean. Had hij zich maar tot dat succes beperkt. Het is jammer dat de Britse acteur zich heeft laten strikken voor de bleke parodies Johnny English (2003), Johnny English Reborn (2011) en Johnny English Strikes Again. Voor alle drie geldt dat protagonist Johnny English de mislukte afgeleide is van Mr. Bean, waardoor er niet veel te lachen valt.

In Groot-Brittannië breekt de pleuris uit wanneer na een cyberaanval de personalia van alle geheim agenten op straat komen te liggen. Ex-spion Johnny English wordt hierop ingeschakeld om het brein achter deze snode daad te ontmaskeren.

Waarom zit er acht jaar tussen Johnny English en Johnny English Reborn? En duurt het zeven jaar eer we met Johnny English Strikes Again de beroepskluns opnieuw aan het werk zien? Niet omdat de tijd ertussen aan grondig denkwerk is besteed. Een parapluutje aan de neus getuigt daar in ieder geval niet van. En werkt mij bovendien niet op de lachspieren. Niet meer. Evenmin grappig: een English die op de dansvloer uit zijn dak gaat. Nog flauwer is de actie waarmee hij een peloton Franse wielrenners een halt toeroept. Qua humor richt de film zich duidelijk op kleuters; volwassenen zullen zich al snel vervelen.

Uiteraard weerspiegelt ook Johnny English Strikes Again de wereld anno nu en botsen moderne snufjes met het tijdperk-Desmond Llewelyn (‘Q’ in de James Bond-films). Twee werelden die co-existeren; het is eigenlijk het enige geslaagde plotlijntje in de film. Zo moet English enerzijds geloven aan virtual reality, maar verkiest hij anderzijds een vuurrode Aston Martin boven een hybride auto. Aardig is verder dat hij de met een iPad uitgeruste babyface-schurk zelfs in een middeleeuws harnas te slim af is. Die gekke Britten toch. Traditie voor alles.

Daarmee is de koek wel op. Johnny English Strikes Again is een magere komedie die ook niet leuker wordt door de aanwezigheid van de gelouterde Emma Thompson en de oogverblindende Olga Kurylenko. In Thompson zien we de hysterische variant van ‘Prime Minister’ Theresa May, Kurylenko speelt de femme fatale. Overtuigend is het allemaal niet. Hopelijk zet men een dikke punt achter deze franchise. Zo niet, think again.

 Regie: Corin Hardy | Duur: 96 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Met The Nun heeft ze haar spin-off te pakken: de duivelse non uit The Conjuring 2 (2016) van horrorspecialist James Wan. De Australiër brak in 2004 door met Saw, een lowbudgetfilm die uitgroeide tot een lucratieve horrorfranchise. Met Dead Silence (2007) en Death Sentence (2007) gaf hij dat succes echter geen passend vervolg; beide films flopten. Maar Wan revancheerde zich met het alleraardigste The Conjuring (2013). En ook aan The Nun droeg hij zijn steentje bij, als schrijver en coproducer. Tevergeefs; de film is nauwelijks om aan te gluren.

Het is 1952. In de abdij van Sint-Carta (Roemenië) pleegt een jonge non onder mysterieuze omstandigheden zelfmoord. Het Vaticaan ontbiedt hierop eerwaarde Burke (Demián Bichir), die overigens geen smetteloos blazoen heeft. Met novice Irene (Taissa Farmiga) reist hij af naar de plek des onheils om de onderste steen boven te krijgen.

Aardedonkere vertrekken, prevelende nonnen, flikkerend kaarslicht, een verwaarloosd kerkhof, joekels van kraaien: The Nun leent zich niet echt voor knusse vakantiekiekjes. Tegelijkertijd is de spookachtige setting wel het enige goede element van de film. De rest? Oh My God. Bagger. Al na drie minuten weet je dat dit weer zo’n ‘van dik hout zaagt men planken-productie’ is. Waarom? Omdat het eerste lijk dan al een feit is. Lekker subtiel.

In het vervolg wordt het er niet beter op – understatement. Het plot heeft kop noch staart en het acteerwerk is ontzettend doorsnee. Alleen het optreden van Taissa Farmiga (de jongere zus van Vera Farmiga die Lorraine Warren speelt in de Conjuring-films) is nog enigszins het aanzien waard. Bichir daarentegen bakt weinig van zijn rol als geestelijke. Een spaghettiwestern, daar past-ie veel beter in. De dialogen missen iedere vorm van vernuft, fantasie. Clichés komen er voor in de plaats. “Wees voorzichtig, zuster.” Briljant advies. En nadat Burke door zuster Irene ternauwernood is bevrijd uit een doodskist, volgt de verpletterende conclusie dat er een “krachtig kwaad” actief is. Bibber.

“Finit hic, Deo.” Vrij vertaald: God eindigt hier. Die tekst staat in een houten deur gebrand. Je moet er toch niet aan dénken dat die deur ooit opengaat?! U begrijpt: hoe langer ik over The Nun nadenk, hoe meliger ik word. De Conjuring-franchise neemt plots een lachwekkende wending. Kan niet de bedoeling zijn als je juist de stuipen op het lijf gejaagd wil worden.

 

 Regie: Sebastián Lelio | Duur: 114 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

De mens is het enige schepsel met een vrije keus. Een betrekkelijk gegeven, blijkt uit Disobedience waarin Oscarwinnares Rachel Weisz (Londen, 1970) oog in oog staat met de Canadese Rachel McAdams (The Notebook, 2004). Rachel versus Rachel. De actrices halen het beste in elkaar naar boven in Sebastián Lelio’s eerste Engelstalige film naar de gelijknamige roman van Naomi Alderman.

Ronit Krushka (Weisz) is een fotografe die woont en werkt in New York. Wanneer ze verneemt dat haar vader, een geliefd rabbijn, plots is overleden, keert ze terug naar de orthodox-joodse gemeenschap in Noord-Londen waaruit ze verbannen was. Het weerzien met haar jeugdvriendin Esti (McAdams) doet echter stof opwaaien binnen de besloten geloofsgemeenschap.

Eén keer eerder troffen Weisz en McAdams elkaar op de filmset, tijdens de opnames voor het niet erg geslaagde To the Wonder (2012). Disobedience is aanmerkelijk beter. De dynamiek tussen de dames is fantastisch, perfect authentiek. Vooral Weisz is een lust voor het oog. Het is alsof ze een pact met de klok is aangegaan; ze wordt alleen maar mooier. Naar haar kijken is heerlijk dwalen door een sprookjesbos. In Disobedience speelt ze Esti’s ‘bevrijder’, de katalysator binnen haar bewustwording. Maar weet Ronit ook zichzélf te bevrijden? Weisz, in gesprek met filmrecensent Peter Travers van Rolling Stone: “Are you really free if you’re running from where you’re from?”

Weinig frivoliteit in Esti’s leven. Arm kind. Geboren en getogen in een gemeenschap waar men elkaar continu in de gaten houdt, aan de bel trekt bij vermeend onraad. Disobedience is ook een film over stille revolte, aangezwengeld door verboden liefde. In vuur en vlam gezet door Ronit verandert muurbloempje Esti namelijk in een vrouw die haar vrijheid claimt. Gunt haar devote echtgenoot Dovid (Allessandro Nivola) haar die ook? De beoogd opvolger van rabbijn Krushka beantwoordt die vraag op meesterlijke wijze tijdens zijn installatierede. Lelio zet zo een kroon op een humaan drama waarin ook Nivola mooi, ingetogen spel laat zien.

Joden wensen elkaar toe dat ze 120 jaar oud mogen worden, verwijzend naar de leeftijd waarop Mozes stierf. Heel nobel, maar wat is een lang leven waard wanneer het je niet wordt toegestaan om je hart te volgen? Disobedience is krachtig, elegant, respectvol. Een drama om te zoenen over de essentie van vrijheid.

 

 Regie: John Hughes | Duur: 97 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

Ten tijde van The Breakfast Club zat de jeugd nog niet append op de fiets. Werd men nog niet volledig in beslag genomen door allerlei gadgets. The Breakfast Club is een komisch drama uit de jaren 80, toen de videorecorder de huiskamers veroverde en de Schotse popgroep Simple Minds haar hoogtijdagen vierde. Een ‘prehistorische’ film, maar met een thematiek van alle tijden.

Shermer High School, 24 maart 1984. Vijf leerlingen die elkaar niet kennen moeten voor straf een zaterdag doorbrengen in de bibliotheek van hun school. Van rector Richard Vernon (Paul Gleason) krijgen ze de opdracht zich schriftelijk en in doodse stilte te buigen over de kwestie ‘wie ben ik’. Een taak die het bonte gezelschap op geheel eigen wijze invult.

U voelt ‘m vast aankomen: van dat opstel komt weinig terecht. Toch schrijft het vijftal geschiedenis. Van enige groepscohesie is aanvankelijk geen sprake, maar onder leiding van de rebelse John (Judd Nelson) komen de vijf compleet verschillende persoonlijkheden langzaam tot elkaar. Waarbij ze onbedoeld geholpen worden door de gefrustreerde Vernon, in wie het kind morsdood is en die als gemeenschappelijke vijand voor de pubers fungeert.

Voortreffelijk acteerwerk maakt The Breakfast Club tot een zeer geslaagde tienerfilm. Ik noemde hem al: Judd Nelson als John Bender. Gangster, stoere bink, anarchist. Maar ook gevoelig. En schrander, wat blijkt uit de volzinnen die hij formuleert. Geniaal hoe hij zijn lotgenoten bespeelt, hen uit de tent lokt of tegen elkaar opzet. Ook zoekt hij voortdurend de confrontatie met Vernon. Daarmee oogst hij de stille bewondering van het keurige rijkeluismeisje Claire, erg goed gespeeld door Molly Ringwald. De interactie tussen de twee uitersten is om te zoenen.

Ook de drie andere antihelden kunnen er wat van: Emilio Estevez als het worsteltalent Andrew (‘Sporto’), Anthony Michael Hall als brave borst Brian en Ally Sheedy als de uit een gothicstrip weggelopen Allison. Wat een figuur, die Allison. Lange tijd zondert ze zich volledig af van de rest, maakt ze alleen maar piepgeluidjes of trekt ze rare bekken. Praten doet ze niet. Bijzonder grappig is de manier waarop mevrouw haar lunch prepareert.

Een saaie strafopdracht die uitloopt op een onvergetelijke ervaring: vijf jeugdige dissidenten onderwijzen zichzelf én elkaar in het met een vleugje romantiek overgoten The Breakfast Club, een pareltje waarvoor regisseur John Hughes in slechts twee dagen het script schreef, en dat met een formidabel kringgesprek eindigt. Vrienden voor het leven, zou ik zeggen. En ga jij lekker wieberen, Vernon!

 Regie: Christopher McQuarrie | Duur: 147 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 12 jaar 

Camera

Heeft Tom Cruise de eeuwige jeugd? De Hollywoodster telt inmiddels zesenvijftig lentes, maar beweegt nog steeds als een jonge god over de filmset. Stuntje hier, stuntje daar. Natuurlijk gaat dat wel eens mis, zoals vorig jaar in Londen tijdens de opnames voor Mission: Impossible – Fallout. Een riskante sprong van een stellage op een gebouw moest hij bekopen met (slechts) een gebroken enkel. Halsbrekend is ook zijn rit in een helikopter, aan het einde van dit zesde Mission: Impossible-deel. Een vermakelijk deel vol straffe actie.

IMF-agent Ethan Hunt (Cruise) ziet in Berlijn een missie in de soep lopen, waardoor drie levensgevaarlijke plutoniumkernen in de handen van extremisten belanden. Samen met zijn trouwe partners Luther (Ving Rhames) en Benji (Simon Pegg) moet Hunt hierop serieus aan de bak. Op uitdrukkelijk verzoek van CIA-baas Erica Sloan (Angela Bassett) krijgen ze hierbij bovendien assistentie van agent Walker (Henry Cavill).

“Please don’t make me laugh” luidt het slotakkoord van de film. Daar slagen de makers van Fallout vrij aardig in. McQuarrie’s tweede Mission: Impossible-film loopt niet over van de humor. Jammer, maar dat weegt minder zwaar dan het feit dat het verhaal, overzichtelijk in het begin, na een uur uiteenspat als een fragmentatiebom. Erg veel plotlijntjes. En zoals wel vaker in dit soort films vechten die met de bulldozerende actie om de gunst van de kijker. Omdat de spanning daarnaast vrij vlak is, verslapt na twee uur filmgeweld de aandacht. Een paar oneliners had in dit verband uitkomst kunnen bieden.

Een beetje droog dus, maar gelukkig biedt ‘MI 6’ verder veel goeds. Het camerawerk is fantastisch, de montage zo scherp als een scheermes en op het acteerwerk is weinig aan te merken, hoewel niemand van de cast je echt zal bijblijven. Op Cruise na dan. Hij bungelt weer heerlijk hartstochtelijk aan bergwanden, knettert als een volleerde motormuis door de straten van Parijs en maakt het luchtruim van Kashmir (in werkelijkheid Nieuw-Zeeland) onveilig. De bijdragen van sidekicks Henry Cavill (niet heel charismatisch), Ving Rhames (zalig figuur) en de clownesk aandoende Simon Pegg zijn daarbij van voldoende niveau.

Franchise-moeheid is een valkuil; niet zelden vallen sequels nogal tegen. Dat geldt opvallend genoeg niet voor deze franchise, die sinds de derde film de opgaande lijn te pakken heeft. Mission: Impossible – Fallout scoort op IMDb zelfs dik boven de 8. Hmm, dat is iets te veel van het goede. Ondanks steady lefgozer Tom die de gekste capriolen uithaalt, maar nimmer grip op de situatie verliest. Cruisecontrol noem je zoiets.

 Regie: Alejandro González Iñárritu | Duur: 124 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Heeft de mens een vrije wil, of worden we geleid door een hogere macht? Regisseur Alejandro González Iñárritu (The Revenant, 2015) maakte met 21 Grams een hartverscheurend enigma rondom die kwestie. Snapt u er na twintig minuten nog steeds geen snars van? Eerlijk gezegd was ook deze filmveelvraat het spoor prettig bijster.

‘Faith’ en ‘Jesus Saves’. Die woorden prijken op de auto van Jack Jordan (Benicio Del Toro). “Jesus gave me that truck. And it’s He who gives and He who takes away.” Dat zal hij geweten hebben. Zijn adoratie van en dienstbaarheid jegens Onze-Lieve-Heer zijn later als sneeuw voor de zon verdwenen. “I did everything He asked me to do! I gave Him my life, and He betrayed me.”

Dat verraad hangt samen met een tragisch ongeluk waardoor drie mensen die elkaar niet kennen met elkaar verstrengeld raken. Het is dé gebeurtenis in de film, waarbij aangetekend moet worden dat 21 Grams niet zozeer om de feiten draait, als wel om de emotionele gevolgen ervan. Want door het ongeluk nemen de levens van de doodzieke wiskundeleraar Paul Rivers (Sean Penn), Christina Peck (Naomi Watts) en Jack een drastische wending.

“Sommige gebeurtenissen zijn onvermijdelijk, maar niet echt voorspelbaar,” stelt Iñárritu. Inderdaad dekt toeval niet ieder gebeuren. Dat gegeven is de rode draad van 21 Grams, waarin de factor tijd niet ter zake doet. Immers, lijkt de klok niet stil te staan wanneer zich plots iets zeer heftigs voordoet? Het verhaal steekt dan ook niet-chronologisch in elkaar. En juist dat maakt de film zo verhalend, zo intens. Pas aan het eind, wanneer de puzzel is gelegd, kun je de afzonderlijke stukjes labelen. De gekozen vertelwijze, van de hak op de tak, verheft het soapachtige plot tot iets buitengewoon krachtigs.

Het acteerwerk is daarbij meesterlijk. Jack – wat een schitterend doorleefde expressie heeft Del Toro toch – doet zich voor als een discipel. Maar de ex-bajesklant verkondigt zo geforceerd Jezus’ woord dat hij zijn naasten meer schade berokkent dan helpt. En dus wordt hij kiezelhard tot de orde geroepen. Na het ongeluk vreten spijt en woede hem op, om uiteindelijk in zelfdestructief gedrag te vervallen. Woedend en destructief is ook de ‘geamputeerde’ Christina. Watts laat zien een uitstekende actrice te zijn. Gelukkige huismoeder, hoopje ellende in shock, spuwende vulkaan: wat een power legt ze in elk van die rollen!

Eenentwintig gram. Naar men zegt het gewicht van onze ziel. Zo vederlicht is de rollercoaster 21 Grams absoluut niet. Sterker, het is een zwaargewicht binnen het dramagenre. Een film over schuld, vergiffenis en verlossing die aankomt als een mokerslag. Iñárritu: “Grote gebeurtenissen moeten we gewoon ondergaan.” Vrije wil? Nee, hoogstens een vrije keus.

 

 Regie: Wes Anderson | Duur: 101 minuten | Taal: Engels & Japans | Kijkwijzer: 6 jaar 

Camera

Wes Anderson is de naam. Schilder onder de cineasten. Zijn films zijn feeëriek, ongrijpbaar, vaak ook een tikkeltje rauw. En vooral wonderbaarlijk fraai gestileerd. Denk aan Fantastic Mr. Fox (2009), Moonrise Kingdom (2012) of het knotsgekke The Grand Budapest Hotel (2014). Met zijn nieuwste creatie overtreft hij zichzelf nog maar eens: de stopmotionanimatiefilm Isle of Dogs doet je beslist als een ‘WAF’ (Wes Anderson-Fan) huiswaarts keren.

Isle of Dogs speelt zich af in het dystopische Megasaki, een stad in Japan. Na het uitroepen van de noodtoestand verbant de corrupte burgemeester Kobayashi alle honden in de stad naar een vuilnisstort, Trash Island genaamd. Ook Spots, de waakhond van Kobayashi’s 12-jarige pleegkind Atari, ontkomt niet aan het decreet. Maar Atari laat zich niet kennen en reist in een propellervliegtuigje af naar de troosteloze dumpplek. Geholpen door vijf honden begint hij vervolgens aan de zoektocht naar zijn trouwe viervoeter.

Anderson, tijdens de persconferentie op de Berlinale: “Ik wilde iets met hondjes op een vuilnisbelt en iets met Japan, vooral vanwege mijn liefde voor de films van Akira Kurosawa en de animatiefilms van Hayao Miyazaki.” Isle of Dogs is deels een hommage aan de twee meesters van de Japanse cinema. Het verhaal is simpel, maar van pure schoonheid; je ogen kunnen de beeldenpracht nauwelijks bijbenen. De stijl is Wes Anderson ten voeten uit. Eigenzinnige personages die op de bres springen voor rechtvaardigheid, veel gevoel voor symmetrie (frontale shots met het doelobject keurig in het midden van het beeld), houterige dialogen en een uitermate scherp oog voor detail. Wat dat laatste betreft: zelfs het ongedierte in de haren van de uitgemergelde honden is te zien, als je goed kijkt tenminste. Niets laat controlfreak Anderson aan het toeval over.

Bovendien heeft Isle of Dogs een sterstemmencast. U hoort onder anderen Edward Norton, Jeff Goldblum en Greta Gerwig. En Bill Murray natuurlijk, die in acht van Andersons negen films speelde. “We voelden ons echt jachthonden”, zegt Murray. “Het werd al gauw heel komisch. We keken elkaar aan met een blik van: hoe speel jij eigenlijk een hond? We probeerden elkaar voortdurend af te troeven in het niveau van hond.” Hoe uitstekend ze daarin zijn geslaagd, moet u echt gaan zien en horen in het beeldschone hondenleven dat Isle of Dogs is geworden.